ECLI:NL:RBLIM:2017:1564

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
22 februari 2017
Publicatiedatum
21 februari 2017
Zaaknummer
5551831
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling van onbetaalde tandartsfacturen en incassokosten

Famed B.V. vordert betaling van drie onbetaalde tandartsfacturen en bijkomende kosten van gedaagde. Gedaagde betwist deels de vordering, stellende dat twee facturen reeds betaald zijn en dat sommige behandelingen niet zijn overeengekomen.

De kantonrechter oordeelt dat het verweer onvoldoende is onderbouwd, met name omdat gedaagde geen bewijs van betaling heeft geleverd. De facturen van Centrum Mondzorg Venray en de factuur van [AB] zijn toewijsbaar, ook al betwist gedaagde de specificiteit van sommige behandelingen.

De gevorderde incassokosten worden deels toegewezen, omdat slechts één aanmaning voldoet aan de wettelijke vereisten. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag van €640,59 plus wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €640,59 plus rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 5551831 \ CV EXPL 16-11351
Vonnis van de kantonrechter van 22 februari 2017
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FAMED B.V., voorheen genaamd Fa-med B.V.,
gevestigd te Amersfoort,
eiseres,
gemachtigde Van Arkel gerechtsdeurwaarders & incasso Eindhoven,
tegen:
[gedaagde],
wonend in de gemeente [woonplaats gedaagde] op een geheim adres,
gedaagde,
procederende in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding
  • de conclusie van antwoord
  • de conclusie van repliek
  • de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De hierna te noemen zorgverleners hebben hun vorderingen jegens [gedaagde] aan Famed verkocht.
2.2.
Famed heeft aan [gedaagde] 3 facturen gestuurd:
- op 17 juli 2014 een factuur van € 135,60 (zorgverlener: [A] & [B] ; hierna verder te noemen [AB] );
- eveneens op 17 juli 2014 een factuur van € 85,74 (zorgverlener: Centrum Mondzorg;
- en op 7 augustus 2014 een factuur van € 341,56 (zorgverlener: Centrum Mondzorg Venray),
welke door [gedaagde] onbetaald zijn gelaten.

3.Het geschil

3.1.
Famed vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 720,59, (opgebouwd uit: een hoofdsom van € 562,90 + vervallen rente van € 26,46 + incassokosten van € 131,23), vermeerderd met rente en kosten.
Famed heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde] aan hiervoor genoemde zorgverleners opdracht heeft gegeven om voor haar rekening medische behandelingen te verrichten. De uit deze behandelingen voortvloeiende vorderingen hebben deze zorgverleners vervolgens verkocht aan Famed.
3.2.
[gedaagde] voert het navolgende verweer. Famed heeft haar boekhouding niet op orde. Immers heeft [gedaagde] de 2 facturen van Centrum Mondzorg Venray reeds betaald. Daarnaast is [gedaagde] geen betaling verschuldigd van de factuur van [AB] , omdat [AB] verrichtingen/behandelingen in rekening heeft gebracht die door [gedaagde] niet gevraagd zijn (zoals algehele controle van het gebit, het maken van foto’s en het maken van een behandelplan).
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
[gedaagde] heeft als verweer aangevoerd dat Famed haar boekhouding niet op orde heeft. Dit is de kantonrechter echter niet gebleken. Weliswaar heeft [gedaagde] terecht opgemerkt dat onder punt 2 van de dagvaarding als zorgverlener alleen [AB] is genoemd bij de opsomming van de 3 facturen, dit moet echter gezien worden als een kennelijke schrijffout. Uit de overgelegde producties (facturen, herinneringsbrieven en aanmaningen) en de inhoud van de conclusie van repliek blijkt duidelijk dat slechts één factuur betrekking heeft op zorgverlener [AB] en de andere op Centrum Mondzorg Venray. Het verweer van [gedaagde] dient dan ook verworpen te worden.
Facturen zorgverlener Centrum Mondzorg Venray
4.2.
[gedaagde] heeft als verweer aangevoerd dat voormelde 2 facturen van Centrum Mondzorg Venray zijn betaald, hetgeen Famed gemotiveerd heeft weersproken. [gedaagde] dient vervolgens aan te tonen (met stukken/betaalbewijzen) dat deze betalingen daadwerkelijk zijn verricht, hetgeen [gedaagde] heeft nagelaten. Bij dupliek gaat [gedaagde] zelfs niet meer in op de stelling van Famed dat deze facturen niet betaald zijn. Dit alles betekent dat de gevorderde betaling van deze facturen (zoals vermeld onder punt 2.2.) voor toewijzing gereed ligt. Dit geldt eveneens voor de gevorderde rente.
Factuur zorgverlener [AB]
4.3.
De stelling dat [gedaagde] een afspraak heeft gemaakt bij [AB] vanwege klachten, heeft [gedaagde] niet weersproken. Evenmin heeft [gedaagde] weersproken dat [AB] foto’s heeft gemaakt en een consult heeft verricht. [gedaagde] dient hiervoor dan ook te betalen. Dat [gedaagde] niet specifiek aan [AB] heeft gevraagd om foto’s te maken van het gebit, doet hier niet aan af. [gedaagde] heeft immers zelf de tandartsafspraak gemaakt bij [AB] in verband met pijnklachten. Daarnaast had [gedaagde] kunnen weigeren dat [AB] foto’s ging maken. Ook het verweer van [gedaagde] dat [AB] niets heeft gedaan aan de ontstoken tand, kan [gedaagde] niet baten. Famed
heeft immers daarover onweersproken gesteld dat [gedaagde] een vervolgafspraak daarvoor moest maken, hetgeen [gedaagde] vervolgens heeft nagelaten. Daar komt bij dat het daadwerkelijk behandelen van de door [gedaagde] gestelde ontstoken tand ook niet in rekening is gebracht door [AB] . De betaling van deze gevorderde factuur (zie punt 2.2) ligt dan ook voor toewijzing gereed. Dit geldt ook voor de gevorderde rente.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.4.
Famed maakt daarnaast aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. De gevorderde vergoeding komt echter niet geheel voor toewijzing in aanmerking. Alleen de aanmaning d.d. 19 september 2014 betreffende het notabedrag van € 341,56 voldoet aan de wettelijke vereisten omtrent de betalingstermijn van 14 dagen zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Er zal dan ook enkel een bedrag van
€ 51,23 aan buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.
Proceskosten
4.5.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Famed worden begroot op:
  • dagvaarding € 82,83
  • griffierecht 471,00
  • salaris gemachtigde
totaal € 753,83
4.6.
De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Famed te betalen een bedrag van € 640,59, vermeerderd met de wettelijke rente over € 562,90 vanaf 1 november 2016 tot aan de voldoening,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten aan de zijde van Famed gevallen en tot op heden begroot op € 753,83,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Schreurs-van de Langemheen en in het openbaar uitgesproken.
type: no
coll: