ECLI:NL:RBLIM:2017:1693

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
23 februari 2017
Publicatiedatum
23 februari 2017
Zaaknummer
5739820/EZ/17-46 23022017
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:12 BWArt. 4:192 lid 2 BWArt. 4:193 lid 1 BWArt. 4:193 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping nalatenschap minderjarigen niet mogelijk door overschrijding termijn

In deze zaak gaat het om de nalatenschap van een erflaatster die in 2016 is overleden. Ouders van drie minderjarige erfgenamen hebben namens hun kinderen de nalatenschap willen verwerpen, maar hebben de benodigde machtiging van de kantonrechter te laat verkregen. De wettelijke termijn voor het afleggen van een verklaring tot verwerping is drie maanden na het moment waarop de nalatenschap toekomt.

De ouders hebben de nalatenschap zelf op 27 juni 2016 verworpen, waarna hun minderjarige kinderen in hun plaats treden. De drie maanden termijn liep daarom tot 26 september 2016. De machtigingen van de kantonrechters werden echter pas op 27 december 2016 ontvangen, ruim na het verstrijken van deze termijn. Er is geen verzoek tot verlenging van de termijn ingediend.

De kantonrechter overweegt dat vanwege deze overschrijding de ouders niet meer kunnen verwerpen namens hun minderjarige kinderen. De nalatenschap geldt daardoor als beneficiair aanvaard door de minderjarigen. De kantonrechter gelast ambtshalve dat deze aantekening in het boedelregister wordt opgenomen. Een mondelinge behandeling is achterwege gebleven omdat de contactpersoon namens de betrokkenen zich niet wilde laten horen.

Deze uitspraak benadrukt het belang van tijdige machtiging en kennis van de wettelijke termijnen bij verwerping van nalatenschappen namens minderjarigen.

Uitkomst: Verzoek tot verwerping nalatenschap namens minderjarigen wordt afgewezen wegens overschrijding van de wettelijke termijn; nalatenschap geldt als beneficiair aanvaard.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer 5739820 EZ 17-46

Beschikking van de kantonrechter van 23 februari 2017

in de zaak van de nalatenschap van mevrouw [erflaatster] ,

geboren te [geboorteplaats erflaatster] op [geboortedag erflaatster] 1917 en aldaar overleden op [overlijdensdatum erflaatster] 2016, hierna te noemen erflaatster.
Op 27 juni 2016 is door de griffier van deze rechtbank een akte (nr 711/2016) opgemaakt waarin is vastgelegd dat de nalatenschap van erflaatster is verworpen
door [A] , [B] , [C] , [D] , [E] ,
[F] en [G] .
Tegelijkertijd met haar eigen verklaring tot verwerping is door voornoemde [D] verzocht deze nalatenschap te mogen verwerpen namens haar minderjarige kinderen
[kind 1 D](geboren op [geboortedag kind 1] 2012 te [geboorteplaats kind 1] ) en
[kind 2 D](geboren op [geboortedag kind 2] 2014 te [geboorteplaats kind 2] ). Het verzoek is mede gedaan door de vader van deze minderjarigen.
Ook voornoemde [E] heeft daarbij aangegeven te willen verwerpen voor haar nog
ongeboren kind. Dat verzoek is ondertekend door de aanstaande vader
[H] .
De drie verzoeken zijn gedaan middels het uit 2 pagina’s bestaande (standaard) www.rechtspraak.nl formulier ‘verwerping nalatenschap namens minderjarige’.
Omdat voor die verwerpingen de (ex artikel 4:193 lid 1 BW Pro benodigde) machtigingen van de kantonrechter ontbraken, heeft de griffier alhier de verzoeken doorgestuurd naar de kantonrechter van de woonplaats van de ouders, respectievelijk de kantonrechter te Utrecht, en kantonrechter te Den Haag.
Op 27 december 2017 zijn door de griffier alhier de door de ouders ontvangen machtigingen van de kantonrechters ontvangen.
Daarmee komt de door de ouders van de minderjarigen verzochte verklaring van verwerping aan de orde.
Gebleken is dat de kantonrechter te Utrecht de machtiging voor [kind 1 D] voornoemd heeft verstrekt door het door de ouders ondertekende formulier/verzoek op 26 september 2016 te voorzien van een stempel “toegestaan als verzocht” en ondertekening daarvan. Daarvan is een afschrift verstrekt, gedateerd 26 september 2016.
Voor [kind 2 D] voornoemd is die machtiging op soortgelijke wijze gegeven, eveneens op
26 september 2016. Een afschrift daarvan is door de griffier op 6 december 2016 verstrekt.
Gebleken is verder dat de kantonrechter te Den Haag op 5 juli 2016 bij afzonderlijke beschikking machtiging heeft verstrekt aan [E] en haar partner om te mogen verwerpen voor hun nog ongeboren kind.
Op 23 januari 2017 heeft voornoemde [B] , contactpersoon voor alle in deze akte betrokken personen, mondeling aan de griffier het verzoek tot verwerping voor de minderjarigen toegelicht. [B] heeft onder meer verklaard dat de erflaatster zijn tante is, waardoor erflaatster in de vijfde graad staat tot de in casu betrokken minderjarigen. Op [geboortedag kind E] 2016 is het kind van [E] geboren. Hij heeft aangegeven onbekend te zijn met de in artikel 4:193 BW Pro bedoelde drie maanden termijn, en ook met de mogelijkheid daarvan verlenging te vragen. Hij stelt zich op het standpunt dat hij als leek op het gebied van erfrecht er op mocht vertrouwen dat de kantonrechter bij het al dan niet afgeven van een machtiging tot verwerping rekening houdt met deze termijn en met het feit dat nog tijd nodig is om een verstrekte machtiging door te zenden aan een ander arrondissement om te kunnen voldoen aan de eisen voor verwerping. Vanwege de onbekendheid met die termijn heeft hij ook niet kunnen rappelleren bij de dreigende overschrijding van de termijn.
Verder heeft hij aangegeven dat de machtiging voor [kind 2 D] hem eerder dan in december 2016 is verstrekt zonder voorblad zodat niet duidelijk was ten aanzien van wie de machtiging was verstrekt. Het alsnog opvragen van een nieuw c.q. volledig afschrift heeft de zaak nog verder vertraagd.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Artikel 4:193 BW Pro bepaalt:

1. Een wettelijke vertegenwoordiger van een erfgenaam kan voor deze niet zuiver aanvaarden en behoeft voor verwerping een machtiging van de kantonrechter. Hij is verplicht een verklaring van beneficiaire aanvaarding of van verwerping af te leggen binnen drie maanden vanaf het tijdstip waarop de nalatenschap, of een aandeel daarin, de erfgenaam toekomt. Deze termijn kan overeenkomstig artikel 192 lid Pro 2, tweede zin, worden verlengd.

2. Heeft hij de termijn laten verlopen, dan geldt de nalatenschap als door de erfgenaam beneficiair aanvaard. De kantonrechter kan hiervan aantekening doen houden in het boedelregister.

(…)
De kantonrechter constateert dat de ouders van de betrokken drie minderjarigen zelf op
27 juni 2016 de nalatenschap van erflaatster hebben verworpen. Ingevolge het bepaalde in artikel 4:12 BW Pro treden op dat moment hun (minderjarige) kinderen in hun plaats. De in artikel 4:193 lid 1 BW Pro bedoelde drie maanden termijn vangt op dat moment dan ook aan en eindigt op 26 september 2016.
Deze drie maanden termijn was dan ook al geruime tijd verstreken toen op 27 december 2016 de voor de verwerping noodzakelijke machtigingen van de kantonrechters door de griffier alhier werden ontvangen.
Nu ook niet gebleken is van een verzoek tot verlenging van deze drie maanden termijn, zoals bedoeld in artikel 4: 192 lid 2 BW en het wettelijke systeem onvoldoende aanknopingspunten biedt om het verzoek van de ouders (om te mogen verwerpen namens hun minderjarige kinderen) ook (tegelijkertijd) op te vatten als een verzoek tot verlenging van die termijn, dient geconstateerd te worden dat vanwege de overschrijding van de termijn de ouders niet meer kunnen overgaan tot het afleggen van de verklaring van verwerping van de nalatenschap namens hun minderjarige kinderen. De nalatenschap geldt daarmee als door hen beneficiair aanvaard.
Nu de kantonrechter ambtshalve op de hoogte is van het overschrijden van deze termijn wenst hij over te gaan tot het doen houden van aantekening hiervan in het boedelregister, zoals artikel 4:193 lid 2 BW Pro bepaalt.
De griffier heeft voornoemde heer [B] hiervan telefonisch op de hoogte gebracht en hem in de gelegenheid gesteld hierover nog ter zitting te worden gehoord. Hij heeft daarvan afgezien, doch wel aangegeven zijn standpunt dat hem niets te verwijten valt te handhaven en herhaald dat hij erop mocht vertrouwen dat de kantonrechter ambtshalve rekening houdt met die drie maanden termijn.
Gelet hierop zal een mondelinge behandeling achterwege blijven.
Gelet op het vorenstaande, zal de kantonrechter de griffier gelasten in het boedelregister aan te tekenen dat voornoemde nalatenschap door deze drie minderjarigen beneficiair aanvaard is.

Beslissing:

Gelast ambtshalve de griffier in het boedelregister aan te tekenen dat deze nalatenschap door voornoemde drie minderjarigen als beneficiair aanvaard geldt.
Aldus gegeven door mr. A.H.M.J.F. Piëtte, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.
type: mjp
coll: