Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
VOLKSBANK N.V.,
1.De procedure
- de dagvaarding met producties
- de door Volksbank N.V. ingezonden producties
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van Volksbank N.V.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een geschil over de openbare verkoop van een woning door Volksbank N.V., de hypotheekhouder, vanwege een langdurige betalingsachterstand van [eiser]. [Eiser] vorderde in kort geding dat de executieveiling van de woning zou worden gestopt om hem de gelegenheid te geven de achterstand en veilingkosten binnen drie maanden te voldoen of een hogere verkoopopbrengst te genereren.
De rechtbank oordeelde dat Volksbank N.V. in redelijkheid tot de uitoefening van het recht van parate executie kon komen. De achterstand was sinds 2012 voortdurend aanwezig en ondanks toezeggingen niet ingelopen, maar zelfs toegenomen tot meer dan € 37.000. [Eiser] had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij binnen drie maanden de volledige achterstand en veilingkosten kon voldoen, mede omdat zijn financiële onderbouwing niet overtuigend was.
Daarnaast was een onderhandse verkoop van de woning geen reële optie meer, mede door de aanwezigheid van meerdere hypotheken en een executoriaal beslag, en de kans dat de woning verhuurd was. Het belang van [eiser] bij het behoud van woonruimte kon de openbare verkoop niet tegenhouden. De vordering tot het staken van de openbare verkoop werd daarom afgewezen en [eiser] werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bevestigt de openbare verkoop van de woning door de hypotheekhouder.