Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het exploot van dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de conclusie van repliek met producties en
- de conclusie van dupliek met producties.
2.Het geschil
3.De beoordeling
1 september 2014 in het betreffende pand is geweest. Van belang is voorts dat uit de door [gedaagde] overgelegde productie 19 bij de conclusie van dupliek blijkt dat in het winkelgedeelte een dossierkast zonder achterwand tegen een muur was geplaatst en dat via die dossierkast toegang kon worden verkregen tot twee ruimten waarin de hennepplantage werd geëxploiteerd. In het geval de hiervoor vermelde personen vóór 1 september 2014 in het pand zouden zijn geweest, hadden zij slechts kunnen constateren dat het pand niet in gebruik was, maar hadden zij niet kunnen constateren dat in twee afzonderlijke afgesloten geheime ruimten een hennepplantage werd geëxploiteerd. Het aanbod van [gedaagde] om met de hiervoor genoemde getuigen te bewijzen dat het pand in de periode vóór 1 september 2014 leeg stond zal derhalve als niet ter zake dienende worden gepasseerd.
6 juni tot 8 oktober 2014, de periode dat sprake was van het leegstandscontract, het elektriciteitsverbruik nihil was.
- dagvaarding € 82,37
- griffierecht 471,00
- salaris gemachtigde