ECLI:NL:RBLIM:2017:2029

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
8 maart 2017
Publicatiedatum
6 maart 2017
Zaaknummer
5330315 cv16-8424
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 128 lid 3 RvArt. 128 lid 5 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering betaling wachturen bij transportwerkzaamheden

De zaak betreft een vordering van [X] B.V. tegen [Y] B.V. voor betaling van openstaande facturen inzake transportwerkzaamheden op verschillende locaties. [X] heeft meerdere facturen gestuurd, waarvan een deel onbetaald bleef. [Y] voerde verweer dat de hoogte van de vordering onjuist was vanwege teveel in rekening gebrachte wachturen en stortkosten, en stelde een verrekening met een schadebedrag en een factuur voor transport van gebroken asfalt.

De rechtbank oordeelt dat [Y] haar verweer en het beroep op verrekening pas bij de conclusie van dupliek heeft gemotiveerd, wat in strijd is met de concentratieplicht van artikel 128 lid 3 en Pro 5 Rv. Hierdoor wordt het verweer gepasseerd omdat [X] zich niet meer kan verweren tegen deze late stellingen. Ook is het schadebedrag betwist en onvoldoende onderbouwd, zodat ook dat beroep op verrekening wordt gepasseerd.

De rechtbank wijst de vordering van [X] toe tot een bedrag van € 2.253,54, veroordeelt [Y] in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Vordering van [X] tot betaling van € 2.253,54 wordt toegewezen, verweer van [Y] gepasseerd.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 5330315 \ CV EXPL 16-8424
Vonnis van de kantonrechter van 8 maart 2017
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats X] ,
eisende partij,
gemachtigde mr. N. Pustjens,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [Y] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats Y] ,
[Y] partij,
gemachtigde mr. R.M. de Hair.
Partijen worden verder in dit vonnis aangeduid als [X] en [Y] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding
  • de conclusie van antwoord
  • de conclusie van repliek
  • de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[X] heeft in opdracht en voor rekening van [Y] transportwerkzaamheden uitgevoerd op de navolgende locaties:
  • Kloosterstraat te Roggel
  • Berkenlaan te Roggel
  • Engerweg te Kerkrade.
2.2.
[X] heeft in verband met deze uitgevoerde transportwerkzaamheden een aantal facturen aan [Y] toegezonden:
  • VFA1506776 d.d. 25 juni 2015 € 4.867,87
  • VFA1507119 d.d. 3 juli 2015 € 943,80
  • VFA1511252 d.d. 6 oktober 2015 € 8.077,63.
2.3.
[Y] heeft op 9 juni 2016 op de laatste factuur VFA1511252 een bedrag van
€ 7.977,80 in mindering voldaan.
2.4.
Bij overeenkomst van 14 juli 2014 heeft de heer [A] althans de besloten vennootschap [B] Holding B.V. aan de besloten vennootschap [C] Houdstermaatschappij B.V. 50% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van de besloten vennootschap [D] Recycling B.V. (afgekort ROS) verkocht. De resterende 50% van de aandelen in het kapitaal van ROS zijn door [B] Holding B.V. bij overeenkomst van 7 augustus 2015 aan de besloten vennootschap [C] houdstermaatschappij B.V. verkocht.

3.Het geschil

3.1.
[X] vordert – na vermindering van haar vordering bij repliek – veroordeling van [Y] tot betaling van € 3.015,84, vermeerderd met de contractuele rente en kosten.
3.2.
[Y] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
[X] vordert – nadat zij haar vordering bij conclusie van repliek heeft
verminderd – een bedrag van € 3.015,84 terzake door [Y] onbetaald gelaten facturen.
4.2.
[Y] voert verweer tegen deze vordering en voert daartoe aan dat er weliswaar sprake is van een openstaand factuurbedrag maar dat de hoogte daarvan niet juist is. [X] heeft teveel wachturen en ten onrechte stortkosten bij [Y] in rekening gebracht. [Y] komt dan ook tot een werkelijk verschuldigd totaalbedrag van
€ 13.392,55, op welk bedrag zij € 10.873,46 in mindering heeft voldaan, zodat in hoofdsom resteert een bedrag van € 2.519,09.
4.3.
Voorts voert [Y] aan dat zij in totaal – na cessie van vorderingen van [E] Aanneming aan haar – in totaal een bedrag van € 2.371,60 te verrekenen heeft. Dit bedrag is samengesteld uit een tweetal factoren, te weten een factuur ad € 762,30 terzake transport van gebroken asfalt en een schadebedrag van € 1.609,30. Dit laatste bedrag ziet op schade die een medewerker van [X] aan eigendommen van [Y] zou hebben toegebracht.
4.4.
Bij repliek heeft [X] de factuur van € 762,30 erkend en zij heeft aangegeven dat dit bedrag kan worden verrekend met haar vordering. [X] heeft voorts het door [Y] opgevoerde schadebedrag nadrukkelijk betwist.
4.5.
De kantonrechter overweegt als volgt.
4.6.
De kantonrechter stelt vast dat [Y] eerst bij dupliek haar standpunt ten aanzien van de teveel in rekening gebrachte wachturen gemotiveerd en gedetailleerd onderbouwt. Naar het oordeel van de kantonrechter had het op de weg van [Y] gelegen om op grond van het bepaalde in artikel 128 lid 3 en Pro 5 Rv haar verweer reeds bij conclusie van antwoord te concentreren en van een deugdelijke onderbouwing te voorzien. Nu [Y] dit heeft nagelaten, wordt [X] in een nadelige positie gebracht, nu zij zich immers niet meer tegen de stellingen van [Y] kan verweren. De kantonrechter zal dan ook aan het verweer zoals dat door [Y] op dit punt is gevoerd voorbij gaan.
4.7.
Het door [Y] gedane beroep op verrekening van het schadebedrag van
€ 1.609,30 wordt gepasseerd, nu [X] de verschuldigdheid van enig schadebedrag heeft betwist en daarnaast de gegrondheid van het verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen. Bovendien geldt ook hier dat [Y] het door haar geclaimde bedrag van
€ 1.609,30 pas bij conclusie van dupliek nader onderbouwt. Ten aanzien van de in dat verband door [Y] overgelegde facturen merkt de kantonrechter op dat daaruit niet valt af te leiden op welk object de uitgevoerde reparaties zien en of de werkzaamheden rechtstreeks verband houden met de door [Y] gestelde schade.
4.8.
Uit het vorenstaande volgt dat de vordering van [X] aan haar dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 2.253,54.
4.9.
De kantonrechter acht geen termen aanwezig [Y] toe te laten tot nadere bewijslevering.
4.10.
[Y] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van [X] worden begroot op:
  • dagvaarding € 77,75
  • griffierecht 471,00
  • salaris gemachtigde
totaal € 848,75.
4.11.
De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [Y] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [X] te betalen een bedrag van € 2.253,54, vermeerderd met de contractuele rente vanaf de vervaldag van de factuur tot aan de voldoening,
5.2.
veroordeelt [Y] in de proceskosten aan de zijde van [X] gevallen en tot op heden begroot op € 848,75,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.
type: ph
coll: