Uitspraak
1.Het procesverloop
2.2. De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten van belanghebbenden
5.De beoordeling
6.De beslissing
's-Hertogenbosch
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot beëindiging van het ouderlijk gezag over een vierjarig kind, hierna [X], en benoeming van Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg als voogd. Het gezag werd uitgeoefend door de ouders, maar sinds 2015 was [X] onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst vanwege ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling.
Ondanks meerdere pogingen tot terugplaatsing en hulpverlening, waaronder ondertoezichtstellingen en pleegzorg, kon niet worden vastgesteld dat de ouders voldoende pedagogische vaardigheden hadden om aan de specifieke zorgbehoeften van [X] te voldoen. De ontwikkeling van [X] stagneerde of liep het risico te stagneren bij terugplaatsing. De aanvaardbare termijn voor terugplaatsing was verstreken.
De ouders waren het niet eens met het verzoek en wilden toewerken naar terugkeer van [X], maar hadden het contact met hem in 2016 tijdelijk verbroken, wat schadelijk was voor zijn welzijn. De pleegouders boden wel de benodigde structuur en zorg, waardoor [X] zich goed ontwikkelde. De rechtbank oordeelde dat het gezag moest worden beëindigd en dat de voogdij aan de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg moest worden toegekend, met het oog op een neutrale positie en het belang van een goede samenwerking tussen ouders, pleegouders en voogd.
Uitkomst: Het ouderlijk gezag over het kind wordt beëindigd en Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg wordt benoemd tot voogd.