Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 maart 2017 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2017.
Rechtbank Limburg
Eiser was sinds 2009 in dienst bij de gemeente Landgraaf en werd in 2014 aangewezen als herplaatsingskandidaat voor 0,5 fte vanwege formatiereductie. Op zijn verzoek verleende de gemeente hem eervol ontslag per 1 juli 2015 met een terugkeergarantie en financiële compensatie op grond van het sociaal statuut. Verweerder stelde dat eiser geen recht had op volledige compensatie omdat het bruto salaris werd vergeleken en de situatie van werken in het buitenland niet gecompenseerd hoefde te worden.
Eiser stelde dat de bruto vergelijking onjuist was omdat zijn nieuwe functie 40 uur betrof tegenover 36 uur bij de gemeente, en dat de hardheidsclausule toegepast moest worden vanwege de netto verschillen door werken in Duitsland. Ook was de vergoeding van pensioenverlies en gemaakte kosten voor het maatwerkvoorstel onvoldoende. De rechtbank oordeelde dat de bruto vergelijking juist is, maar dat wel rekening had moeten worden gehouden met het verschil in arbeidsduur. De hardheidsclausule was niet van toepassing omdat de keuze voor werken in het buitenland voor eigen risico was.
Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de financiële gevolgen van de overstap, met name pensioenverlies en ouderschapsverlof, en dat de gemaakte deskundigenkosten redelijk waren en vergoed moesten worden. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens zorgvuldigheids- en motiveringsgebreken en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.