ECLI:NL:RBLIM:2017:2500

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 maart 2017
Publicatiedatum
20 maart 2017
Zaaknummer
AWB - 17 _ 72
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit wegens ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard bezwaar

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul. De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift, dat verweerder als niet-ontvankelijk had verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

De rechtbank oordeelt dat het bezwaarschrift, gedateerd op de voorlaatste dag van de termijn, geacht moet worden tijdig te zijn ingediend omdat de enveloppe binnen een week na afloop van de termijn bij verweerder is ontvangen. Verweerder kon de datum van terpostbezorging niet aantonen omdat de envelop niet was bewaard.

Daarom was het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin inhoudelijk op het bezwaar wordt beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen alsnog inhoudelijk op het bezwaar te beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
Zaaknummer: ROE 17/72

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 maart 2017 in de zaak tussen

[eiseres], te [plaats], eiseres

(gemachtigde: drs. M.P.E. Muijtjens),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenburg aan de Geul, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 28 november 2016 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Awb een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden. Een bezwaarschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Wanneer het bezwaarschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post (PostNL) wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Awb onder voorwaarden ook tijdig ingediend. Die voorwaarden zijn dat het bezwaarschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij verweerder is ontvangen. Als op de enveloppe een leesbaar poststempel is geplaatst, neemt de rechtbank in beginsel aan dat het bezwaarschrift op die dag op de post is gedaan. De rechtbank wijkt alleen van dit uitgangspunt af als de indiener van het bezwaarschrift aannemelijk maakt dat het op een eerdere datum op de post is gedaan. Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, moet het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verontschuldigbaar is. Dan laat het bestuursorgaan op grond van artikel 6:11 van Pro de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. Als het bestuursorgaan het bezwaar ten onrechte als niet-ontvankelijk beoordeelt, zal de rechtbank – los van wat partijen aanvoeren – dat corrigeren door de beslissing op bezwaar te vernietigen en het bestuursorgaan opdragen alsnog inhoudelijk op het bezwaar te beslissen.
3. Verweerder heeft het primaire besluit bekend gemaakt op 19 juli 2016 door verzending per post. Het bezwaarschrift van eiseres had dan ook, gelet op het voorgaande, uiterlijk op 30 augustus 2016 ter post moeten zijn bezorgd en uiterlijk op 6 september 2016 bij verweerder moeten zijn binnengekomen.
4. Het bezwaarschrift is gedateerd op 29 augustus 2016, de datum van terpostbezorging is niet meer na te gaan nu verweerder de envelop niet heeft bewaard. De rechtbank neemt daarom aan dat de brief op 29 augustus 2016 ter post is bezorgd. Nu de brief vervolgens bij verweerder is afgestempeld op 2 september 2016 stelt de rechtbank vast dat de bezwaartermijn niet is overschreden.
5. Verweerder heeft geen andere reden gegeven waarom het bezwaar niet‑ontvankelijk zou moeten worden verklaard. Zo'n andere reden is ook niet op andere wijze gebleken. Verweerder heeft dus ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op alsnog inhoudelijk op het bezwaar te beslissen.
6. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.
7. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 495,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 495,00 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 333,00 aan eiseres te vergoeden;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 495,00 te betalen aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.E. Kessels, rechter, in aanwezigheid van J.W.J.M. van Rijt, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2017.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: 24 maart 2017

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.