Uitspraak
20.De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
21.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Limburg
Eiser, geboren in 1995, ontving sinds 2013 een Wajong-uitkering, aanvankelijk voor studerenden en later ook voor arbeidsondersteuning. Na een incident in juni 2015 waarbij eiser agressief gedrag vertoonde op de leer-werk-plaats, werd het re-integratietraject beëindigd en de uitkering per 1 augustus 2015 beëindigd. Na bezwaar werd de uitkering hervat met een korting van 15% over de periode augustus tot en met november 2015.
Eiser betoogde dat zijn gedrag niet verwijtbaar was vanwege zijn verstandelijke beperking en ontwikkelingsstoornis, en dat het incident mede veroorzaakt werd door een gebrek aan duidelijke structuur en werkbelasting. Verweerder stelde dat de maatregel rechtmatig was op grond van de Wet Wajong en het Maatregelenbesluit.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts en de arts bezwaar en beroep voldoende hadden gemotiveerd dat sprake was van verminderde verwijtbaarheid, maar niet van volledige afwezigheid van verwijtbaarheid. De door eiser overgelegde rapporten bevestigden dit standpunt. Ook was geen schending van de hoorplicht vastgesteld, omdat er voldoende overleg was geweest en geen verzoek tot hoorzitting was ingediend.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en de korting van 15% op de uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van 15% korting op de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard en de maatregel gehandhaafd.