In deze zaak vordert de eisende partij, [eisende partij], schadevergoeding van [X] Fashion, een vennootschap onder firma, wegens tekortkomingen in de nakoming van een overeenkomst voor verstelwerkzaamheden aan kleding. De eisende partij heeft op 13 juli 2016 een aantal kledingstukken bij [X] Fashion afgegeven, met de afspraak dat deze uiterlijk op 20 of 21 juli 2016 klaar zouden zijn. Toen de kledingstukken op deze data nog niet gereed waren, heeft de eisende partij herhaaldelijk contact opgenomen met [X] Fashion, maar zonder resultaat. Uiteindelijk heeft de eisende partij op 1 december 2016 de kledingstukken retour ontvangen, maar was de staat van de kleding niet naar wens.
De eisende partij vordert schadevergoeding voor de blouse, kosten van herstel en reiniging, en gemaakte reiskosten. [X] Fashion voert verweer en stelt dat de eisende partij zelf verantwoordelijk is voor de tekortkomingen, omdat zij niet beschikbaar was voor tussentijdse pasbeurten. De kantonrechter overweegt dat [X] Fashion weliswaar is begonnen met de werkzaamheden, maar dat de eisende partij niet in de gelegenheid is gesteld om de werkzaamheden af te ronden. De kantonrechter concludeert dat er geen deugdelijke ingebrekestelling heeft plaatsgevonden en dat de vordering van de eisende partij moet worden afgewezen.
De kantonrechter wijst de vordering af en veroordeelt de eisende partij in de proceskosten aan de zijde van [X] Fashion, begroot op € 50,00. Dit vonnis is uitgesproken door mr. A.H.M.J.F. Piëtte op 29 maart 2017.