Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 100,22
- griffierecht 470,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een vordering van de zorgverzekeraar tegen de gedaagde tot betaling van het eigen risico over het jaar 2015, een bedrag van € 434,57, vermeerderd met incassokosten en rente. Gedaagde voerde verweer met het argument dat hij door een hartinfarct met hoge medische kosten en deurwaarders werd geconfronteerd en dat een verzekering geen zin heeft als hij toch alles zelf moet betalen. Tevens betwistte hij de hoogte van het gevorderde bedrag.
De rechtbank stelde vast dat het eigen risico voor 2015 € 375,00 per meerderjarige verzekerde bedroeg, wat voor gedaagde en zijn partner een totaal van € 750,00 betekent. De medische behandelingen waarop het eigen risico betrekking heeft, werden niet betwist. De rechtbank oordeelde dat de gevorderde hoofdsom terecht is en wees het verweer af. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen omdat niet was vermeld vanaf welke datum gedaagde in verzuim was.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van het bedrag van € 445,46, vermeerderd met wettelijke rente over € 434,57 vanaf 22 december 2016, en in de proceskosten. De lichamelijke en financiële situatie van gedaagde vormde geen grond voor kwijtschelding. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het eigen risico en proceskosten, verweer wordt verworpen.