Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de drie door [gedaagde] ingediende producties
- de mondelinge behandeling waarbij van de zijde van [gedaagde] een pleitnota is overgelegd.
Rechtbank Limburg
De huurder heeft sinds 2011 een appartement gehuurd van eiser. In 2013 en 2014 zijn er klachten over geluidsoverlast en vernielingen in het appartement door de huurder. Eiser heeft dit meerdere malen schriftelijk aan huurder medegedeeld en hem gesommeerd de woning te ontruimen en vernielingen te herstellen. In 2017 heeft eiser opnieuw klachten ontvangen en aangifte gedaan van vernielingen.
Eiser vordert in kort geding ontruiming van de woning wegens de overlast en vernielingen. De rechtbank stelt vast dat de meeste klachten dateren uit 2013 en 2014 en dat huurder deze vernielingen ook erkent. Echter, eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de overlast en vernielingen ook na die periode zijn voortgezet.
De verklaring van een medehuurder uit 2017 is onvoldoende om de recente overlast aannemelijk te maken. Omdat er geen spoedeisend belang is bij de gevorderde ontruiming, wijst de rechtbank de vordering af. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.