Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
van de Opiumwetstrafbaar gestelde feiten”.
3.De beoordeling van het bewijs
- twee weegschalen;
- vijf luchtafzuigers;
- negentien temperatuurventilatieregelaars;
- 22 dompelpompen;
- 32 hygro-/thermometers;
- 39 knipbenodigdheden, zijnde cannacutters en knipscharen;
- 38 ventilatoren;
- twaalf elektrische kachels;
- twee luchtbevochtigers;
- 1263 stuks groeimiddelen;
- twaalf elektriciteitssnoeren;
- 39 droognetten;
- twaalf tijdschakelaars;
- 156 koppelstukken.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren;
- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.