Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- verdachte bestrijdt ten stelligste dat hij toestemming heeft gegeven tot het verrichten van bloedonderzoek. In het proces-verbaal relaas wat in feite een samenvatting van het dossier inhoudt, staat weliswaar dat dit het geval is, maar in het verdere strafdossier bevindt zich geen onderliggend stuk waaruit dit blijkt terwijl dit stuk er wel zou moeten zijn. De verbalisant [naam verbalisant] die deze toestemming zou moeten hebben gevraagd en als getuige ter terechtzitting is gehoord, kan zich niet herinneren de verdachte om toestemming te hebben gevraagd. Het moet er derhalve voor worden gehouden dat verdachte geen toestemming heeft verleend;
- er bestaat geen zekerheid over het tijdstip van de bloedafname; in het proces-verbaal relaas wordt een ander tijdstip genoemd (05:50 uur) dan door de arts, [naam arts] , (06:16 uur) op het formulier is ingevuld. Dit betreft een verschil van 26 minuten;
- bij de verzegeling van de bloedmonsters heeft het analyse-monster op het bloed afnameformulier een sticker gekregen met een ander nummer, te weten TAAI913
- door de verbalisanten is in het proces-verbaal relaas geconstateerd dat verdachte abusievelijk niet op de hoogte is gebracht van de uitslag van het bloedonderzoek, maar na deze constatering is daarvan niet alsnog aan verdachte mededeling gedaan.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en maatregel
Bewijsuitsluiting bloedonderzoek NFI?’, daarbij de volgende aspecten in ogenschouw:
- ondanks de aanzienlijke schade aan de auto waarmee het ongeval is veroorzaakt en de ernst van het letsel bij het slachtoffer, is verzuimd een Verkeersongevallenanalyse met betrekking tot de oorzaak en toedracht van het ongeval te laten opmaken; daardoor ontbreekt thans elke informatie ten aanzien van de (bots-)snelheid, het functioneren van het voertuig voorafgaand aan het ongeval, de sporen op/aan het wegdek, de verlichting, wegverloop en lokale omstandigheden;
- als ‘sluitingsdata pv’ wordt 26 september 2014 vermeld, terwijl het proces-verbaal relaas op pagina 6 een sluitingsdatum vermeld van 15 oktober 2014;
- onder het kopje ‘dwangmiddelen’ in het proces-verbaal relaas wordt melding gemaakt dat het rijbewijs van verdachte is afgegeven door de Burgemeester van de gemeente
- ter plaatse zijn foto’s genomen, maar een index van de gemaakte foto’s en een begeleidend proces-verbaal van bevindingen ontbreekt daarbij. Dit geldt eveneens voor de (handgeschreven) situatieschets;
- in het dossier bevindt zich geen informatie over de houder/tenaamstelling van het betreffende voertuig;
- het concept van het eerste verhoor van de verdachte is naar de verbalisant [naam verbalisant] , ter terechtzitting van 9 mei 2017 als getuige daarover gehoord, heeft erkend, niet meer voorhanden. Ook ontbreekt de conceptverklaring van getuige [slachtoffer] , die de verbalisant [naam verbalisant] blijkens het proces-verbaal van relaas d.d. 15 oktober 2014 op 11 juli 2014 te 11.00 uur in het Laurentius Ziekenhuis te Roermond heeft opgenomen;
- enkele processen-verbaal waren niet door de verbalisanten ondertekend;
- bij het proces-verbaal relaas ontbreken enkele bijlagen, waaronder het proces-verbaal van aanrijding en het proces-verbaal met betrekking tot het rijbewijs van verdachte;
- verbalisanten relateren dat ze het proces-verbaal sloten en ondertekenden in de voor de rechtbank onbekende plaats te ‘J’;
- verdachte heeft toestemming gegeven voor het opvragen van medische informatie met betrekking tot zijn letsel. Deze informatie bevindt zich echter niet in het dossier.
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 dagen;
- veroordeelt de verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van
- bepaalt dat de ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.