ECLI:NL:RBLIM:2017:4813
Rechtbank Limburg
- Wraking
- M.B.T.G. Steeghs
- M.J.A.G. van Baal
- F.L.G. Geisel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens gebrek aan partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die een omgangsregeling behandelde tussen verzoeker en zijn tweelingzus. Hij stelde dat de kantonrechter onbevoegd was en de zaak niet goed had behandeld, met name ten aanzien van strafrechtelijke aspecten.
De kantonrechter reageerde schriftelijk en verscheen niet ter zitting. De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op grond van artikel 36 Rv Pro, waarbij het uitgangspunt is dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden waren die subjectieve of objectieve partijdigheid aannemelijk maakten. Het niet doorgaan van een verwachte zitting was onvoldoende om partijdigheid te veronderstellen. Ook de inhoudelijke behandeling van de omgangsregeling valt niet binnen de beoordeling van de wrakingskamer.
Ten slotte werd opgemerkt dat vermeende strafbare feiten niet via een wrakingsverzoek kunnen worden aangekaart. Het verzoek tot wraking werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectieve partijdigheid.