Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
Eisende partij, die tot 1 maart 2012 in het buitenland werkte en daardoor buiten de Zorgverzekeringswet viel, bereikte op die datum de AOW-leeftijd en kwam daarmee onder de werkingssfeer van de Zorgverzekeringswet te vallen. Hierdoor had hij recht op een goedkopere basisverzekering. Ondanks dit werd de premie pas in december 2015 aangepast, waarna eisende partij terugbetaling van te veel betaalde premie vorderde.
Gedaagde partij voerde aan dat eisende partij zelf verantwoordelijk was voor het doorgeven van relevante wijzigingen en dat terugwerkende kracht niet mogelijk was. De kantonrechter oordeelde dat het initiatief voor het afsluiten van een zorgverzekering bij de verzekeringsplichtige ligt en dat de zorgverzekeraar slechts desgevraagd een verzekering moet afsluiten. De verzekeringsvoorwaarden waarop gedaagde zich beriep, waren niet overgelegd, waardoor dat verweer faalde.
De kantonrechter concludeerde dat geen sprake was van ongerechtvaardigde verrijking van gedaagde partij, omdat een rechtsgeldige verzekeringsovereenkomst bestond en de zorgverzekering niet terugwerkt tot de datum van het ontstaan van het recht op verzekering. De vordering tot terugbetaling werd daarom afgewezen en eisende partij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van te veel betaalde zorgpremie vanaf 1 maart 2012 wordt afgewezen.