Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting d.d. 6 januari 2017, inhoudende dat hij op 1 januari 2015 als bestuurder op zijn snorfiets in het donker samen met duopassagier mevrouw [slachtoffer] op voornoemde kruising heeft gereden, terwijl hij onder invloed van alcohol verkeerde en het uitzicht op de kruising werd belemmerd door bebouwing;
- de aanvraag ten behoeve van toxicologisch onderzoek van bloed
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straffen
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het primair tenlastegelegde bewezen, zoals dat hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat primair meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert, zoals dat hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte daardoor strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden;
- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte voor de duur van twee maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die wordt gesteld op twee jaren:
- zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of
- geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- ontzegt de verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van drie jaren;
- beveelt dat de tijd gedurende welke het rijbewijs van de veroordeelde overeenkomstig artikel 179, zesde lid van de Wegenverkeerswet 1994 ingevorderd en ingehouden is geweest op de duur van de voormelde ontzegging van de rijbevoegdheid geheel in mindering zal worden gebracht.