Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 juni 2017 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2017
Rechtbank Limburg
Eiser ontving vanaf 24 januari 2000 een WAO-uitkering wegens vermeende arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Verweerder schortte de uitkering op in 2011 en stelde na heronderzoek dat eiser per 1 april 2004 minder dan 15% arbeidsongeschikt was, waarna de uitkering met terugwerkende kracht werd ingetrokken. Tevens werd de onverschuldigd betaalde uitkering teruggevorderd.
De rechtbank oordeelde in een eerdere uitspraak dat het onderzoek en de motivering onvoldoende zorgvuldig waren, waardoor de intrekking en terugvordering niet in stand konden blijven. Verweerder stelde daarop een nieuw besluit vast, gebaseerd op een psychiatrisch onderzoek door psychiater Notten en een rapport van verzekeringsarts Jonker, die concludeerden dat eiser geen psychiatrische stoornis had die arbeidsongeschiktheid rechtvaardigde en dat eiser bewust een onjuist beeld had geschetst.
Eiser voerde aan dat hij wel degelijk ernstige psychische problemen had, onderbouwd met een tegenrapport van psychiater Köycü en eerdere rapportages. De rechtbank achtte het onderzoek van Notten echter zorgvuldig en objectief, en vond het tegenrapport onvoldoende overtuigend. De rechtbank concludeerde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat eiser per 1 april 2004 in staat was tot arbeid en dat de intrekking van de WAO-uitkering en terugvordering terecht waren. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 1 april 2004.