Uitspraak
22.De rechtbank overweegt als volgt.
33.Het beroep tegen het ontslagbesluit is derhalve ongegrond.
34.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2017.
Rechtbank Limburg
Eiser was rechercheur en werd tijdelijk tactisch coördinator bij het Team Grootschalig Optreden (TGO). Vanaf februari 2014 ontstond een conflict met zijn leidinggevenden, nadat hij werd aangesproken op intimiderend gedrag. Ondanks pogingen tot re-integratie en gesprekken, weigerde eiser deel te nemen aan belangrijke gesprekken en escaleerde de situatie.
De arbeidsverhouding verslechterde verder door eisers houding, communicatie en weigering tot samenwerking, wat leidde tot een langdurige verstoorde relatie met meerdere leidinggevenden. Eiser meldde zich ziek met burn-outklachten, maar de rechtbank oordeelde dat zijn gedrag hem wel kon worden toegerekend.
Verweerder besloot tot ontslag op grond van artikel 95 van Pro het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp), wegens de onherstelbare verstoring van de arbeidsrelatie. De rechtbank vond dit besluit gerechtvaardigd en oordeelde dat verweerder niet verplicht was het herstel af te wachten. Mediationpogingen mislukten door onenigheid over de aard van het conflict.
Het beroep van eiser tegen het ontslag werd ongegrond verklaard. De rechtbank vond geen sprake van procedurele onrechtmatigheden of detournement de pouvoir. De ontslagregeling was volgens de rechtbank correct getroffen en het besluit kon de rechterlijke toets doorstaan.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding bevestigd.