ECLI:NL:RBLIM:2017:7396

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
2 augustus 2017
Publicatiedatum
28 juli 2017
Zaaknummer
02 5760667 CV EXPL 17-2015
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering buitengerechtelijke incassokosten en hoofdsom energieovereenkomst

Main Energie B.V. heeft een vordering ingesteld tegen gedaagde wegens onbetaalde energiefacturen ter hoogte van €2.323,05. Ondanks meerdere aanmaningen bleef een bedrag van €377,47 onbetaald. Main vorderde naast de hoofdsom ook buitengerechtelijke incassokosten van €348,46 en wettelijke rente van €28,60.

Gedaagde erkende de hoofdsom van €377,47 per abuis te weinig te hebben betaald, maar stelde dat dit inmiddels was voldaan. De kantonrechter nam dit over en hield rekening met de reeds gedane betalingen. Gedaagde betwistte de incassokosten, stellende dat hij steeds bereid was te betalen en de situatie toelichtte.

De kantonrechter oordeelde dat de incassokosten terecht zijn omdat er geen betalingsregeling was getroffen en Main recht had op volledige betaling. De wettelijke rente werd eveneens toegewezen. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van in totaal €754,53, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 20 februari 2017, en tot betaling van de proceskosten.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €754,53 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 5760667 \ CV EXPL 17-2015
Vonnis van de kantonrechter van 2 augustus 2017
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MAIN ENERGIE B.V.
h.o.d.n.
MAINENERGIE,
gevestigd te Diemen,
eisende partij,
gemachtigde Swier cs gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen:
[gedaagde],
wonend [adres gedaagde]
,
gedaagde partij,
procederende in persoon.
Partijen worden verder aangeduid met “Main” en “ [gedaagde] ”.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding, met producties;
  • de conclusie van antwoord, met producties;
  • de conclusie van repliek, met producties;
  • de conclusie van dupliek, met producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
Main stelt – samengevat – als volgt. [gedaagde] heeft in zijn hoedanigheid van ondernemer een overeenkomst met Main gesloten voor de levering van energie. Main heeft voor aan [gedaagde] geleverde energie aan [gedaagde] facturen gestuurd, die [gedaagde] voor een bedrag van € 2.323,05, ondanks aanmaning, onbetaald heeft gelaten. De incassogemachtigde van Main heeft [gedaagde] driemaal tevergeefs aangemaand voordat zij tot dagvaarding is overgegaan. In verband daarmee is [gedaagde] een bedrag van € 348,46 aan buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd aan Main. Daarnaast is [gedaagde] wegens te late betaling een bedrag van € 28,60 aan wettelijke rente verschuldigd. [gedaagde] heeft zowel voor dagvaarding als na dagvaarding een aantal betalingen gedaan, maar desondanks de hoofdsom - zo begrijpt de kantonrechter – voor een bedrag van € 377,47 onbetaald gelaten.
Gelet op het bovenstaande vordert Main – samengevat - betaling van een bedrag van € 377,47 aan hoofdsom, te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente als voormeld.
2.2.
[gedaagde] voert verweer.
2.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
[gedaagde] heeft bij dupliek gesteld dat hij inderdaad een bedrag van € 377,47 te weinig heeft overgemaakt aan Main, maar dat dit per abuis is gebeurd en dat hij het bedrag inmiddels alsnog heeft overgemaakt. [gedaagde] heeft daarmee de gevorderde hoofdsom erkend. Main heeft niet meer kunnen reageren op de stelling dat inmiddels betaald is. De vordering zal daarom worden toegewezen met dien verstande dat daarop in mindering strekt hetgeen [gedaagde] aantoonbaar heeft voldaan.
3.2.
[gedaagde] is van mening dat hij geen buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is, omdat hij “niet van plan was om niet te betalen” en “juist iedere keer (heeft) aangegeven hoe de zaken er voor stonden”.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Als onweersproken staat vast dat ten tijde van het versturen van de aanmaningen sprake was van een opeisbare vordering. Behoudens andersluidende afspraken hoeft een schuldeiser geen genoegen te nemen met gespreide betalingen, maar heeft hij recht op betaling ineens. Nu niet is komen vast te staan dat partijen een betalingsregeling hebben getroffen voor de openstaande hoofdsom, heeft (de incassogemachtigde van) Main [gedaagde] terecht aangemaand tot betaling. [gedaagde] heeft de gestelde, vóór dagvaarding verrichte, incassohandelingen niet betwist. De kantonrechter acht de in verband daarmee conform de staffel Buitengerechtelijke Incassokosten gevorderde vergoeding ad € 348,46 redelijk en toewijsbaar.
3.3.
[gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde rente ad € 28,60 en deze is eveneens toewijsbaar.
3.4.
In totaal wordt toegewezen een bedrag van € 754,53 (€ 377,47 + € 348,46 + € 28,60).
3.3.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Main worden begroot op:
  • dagvaarding € 85,21
  • griffierecht 470,00
  • salaris gemachtigde
totaal € 855,21

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Main te betalen een bedrag van € 754,53, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 februari 2017 tot aan de voldoening, met dien verstande dat daarop in mindering strekt hetgeen aantoonbaar is voldaan;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten aan de zijde van Main gevallen en tot op heden begroot op € 855,21,
4.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst – voor zover nodig - het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.
type: EB
coll: