Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
De zorgverzekeraar CZ en verzekerde zijn een betalingsregeling overeengekomen voor een achterstand in het eigen risico over februari tot mei 2014. Nadat CZ het recht op dekking is gaan verrekenen met openstaande nota's, kwam verzekerde in betalingsproblemen en kon de regeling niet worden nagekomen. Verzekerde hervatte de aflossingen direct na verrekening.
CZ stelde dat de betalingsregeling was vervallen en vorderde betaling van een restantbedrag. De kantonrechter oordeelde dat CZ onvoldoende had onderbouwd dat de regeling was beëindigd en dat het onredelijk was om het recht op dekking te verrekenen terwijl een regeling liep. Dit leidde tot onnodige kosten en vertraging.
De kantonrechter wees de vordering af en veroordeelde CZ in de proceskosten. Er was geen reden tot nadere bewijslevering. De uitspraak benadrukt het belang van redelijkheid bij verrekening binnen lopende betalingsregelingen.
Uitkomst: De vordering van CZ tot betaling van openstaande nota's wordt afgewezen wegens onredelijkheid van verrekening tijdens lopende betalingsregeling.