ECLI:NL:RBLIM:2017:7940
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens procesbeslissing over descente-uitstel
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter vanwege diens beslissing om een descente niet uit te stellen, ondanks het ingestelde hoger beroep en het bepaalde in artikel 350 lid 1 Rv Pro. Verzoeker stelde dat hierdoor de schijn van partijdigheid ontstond ten gunste van de provincie Limburg.
De rechter gaf in zijn schriftelijke reactie aan dat de beoordeling van de juridische juistheid van zijn beslissing niet aan de wrakingskamer toekomt en dat de spoedeisendheid van de onteigeningsprocedure wettelijk is bepaald. Hij benadrukte dat er geen sprake is van handelen of nalaten dat wijst op partijdigheid.
De wrakingskamer oordeelde dat procesbeslissingen in beginsel geen grond voor wraking vormen, tenzij er een zwaarwegende aanwijzing is voor vooringenomenheid. Gezien de motivering van de rechter en het ontbreken van concrete feiten die op vooringenomenheid duiden, werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.