Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het tussenvonnis van 15 maart 2017
- de akte uitlating van CZ
- de antwoordakte van [gedaagde]
Rechtbank Limburg
De onderlinge waarborgmaatschappij Centrale Zorgverzekeraars Groep (CZ) vorderde betaling van een eigen risico over september 2014 van gedaagde. De rechtbank verwijst naar een eerder tussenvonnis waarin CZ werd verzocht een overzicht te geven van de toerekening van betalingen. CZ kon dit overzicht niet conform het format aanleveren, maar overhandigde een betaaloverzicht zonder kosten en diverse sommatiebrieven.
Uit het overzicht bleek dat het eigen risico van september 2014 in meerdere termijnen was voldaan, laatstelijk met een betaling in januari 2015. CZ kon niet aantonen dat er op het moment van dagvaarden in september 2016 nog een restant openstond. Hierdoor werd de vordering afgewezen.
Ook de reconventionele vordering van gedaagde werd afgewezen omdat geen gronden waren om deze toe te wijzen. De kosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen proceskosten draagt. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering van de zorgverzekeraar wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de toerekening van betalingen.