Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een doorlopende geldkredietovereenkomst met uitgesteld betalen die op 7 september 2011 is gesloten tussen de gedaagde consument en eisende kredietverstrekker. Eisende partij vordert betaling van een bedrag van € 500, vermeerderd met rente en kosten. Gedaagde partij voert verweer en beroept zich met succes op verjaring.
De kantonrechter stelt vast dat de verjaringstermijn van twee jaar van artikel 7:28 BW Pro van toepassing is, omdat de lening is verstrekt voor een consumentenaankoop en er een voldoende nauwe verbondenheid bestaat tussen de consumentenkoop en de kredietovereenkomst. Hoewel eisende partij een overzicht van aanmaningen overlegt, ontbreekt bewijs dat er een ingebrekestelling of stuitingshandeling heeft plaatsgevonden die de verjaring zou hebben onderbroken.
Daarmee is de verjaringstermijn ruimschoots verstreken op het moment van dagvaarding, zodat het beroep op verjaring wordt gehonoreerd. De vordering wordt afgewezen en eisende partij wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde partij. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens verjaring en eisende partij wordt veroordeeld in de proceskosten.