ECLI:NL:RBLIM:2017:868

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
30 januari 2017
Publicatiedatum
1 februari 2017
Zaaknummer
5456982 OV VERZ 16-226
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 475d RvArt. 475e Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vaststelling beslagvrije voet op pensioenuitkering

Verzoeker, voormalig tandarts, was arbeidsongeschikt en heeft zijn praktijk verkocht tegen een afbraakprijs. Na terugkeer uit Thailand bleek zijn appartement door de hypotheekhouder verkocht te zijn wegens wanbetaling, met een aanzienlijk verlies. Verzoeker ontving een Nederlandse pensioenuitkering van €463 netto per maand, waarop beslag was gelegd door ABN AMRO Hypotheken Groep B.V. Verzoeker stelde dat ABN geen rekening hield met een beslagvrije voet en verzocht de rechtbank deze vast te stellen.

ABN voerde verweer en stelde dat verzoeker vermoedelijk meer inkomsten had dan alleen zijn pensioenuitkering, wat zij met bewijsstukken onderbouwde. Verzoeker en zijn gemachtigde hebben dit verweer onvoldoende gemotiveerd weerlegd. Tijdens de mondelinge behandeling was verzoeker afwezig wegens gebrek aan financiële middelen, en zijn gemachtigde reageerde niet.

De kantonrechter concludeerde dat het verzoek onvoldoende was onderbouwd en wees het af. Tevens werd verzoeker veroordeeld in de proceskosten van ABN van €400. De beschikking is in het openbaar uitgesproken door kantonrechter P. Hoekstra.

Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van de beslagvrije voet wordt afgewezen en verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Burgerlijk recht / Kantonrechter
Zaaknr: 5456982 OV VERZ 16-226
Beschikking van 30 januari 2017
inzake
[verzoeker],
wonend [woonplaats] ,
verzoekende partij,
gemachtigde mr. R. Bothof,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ABN AMRO HYPOTHEKEN GROEP B.V.,
gevestigd te Amersfoort,
verweerster,
gemachtigde: R.W.H. van Dijk (gerechtsdeurwaarder bij Hafkamp gerechtsdeurwaarders).
Partijen zullen hierna [verzoeker] en ABN genoemd worden.

1.Verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 17 oktober 2016 in de zaak met nummer 5334046 UE VERZ 16-431 voorzien van het op 30 augustus 2016 aldaar ter griffie ontvangen verzoekschrift met bijlagen van [verzoeker] ,
- het verweerschrift met bijlagen van ABN, ter griffie van de rechtbank Limburg ontvangen op 13 januari 2017
- de brief van [verzoeker] , ter griffie van de rechtbank Limburg ontvangen op 18 januari 2017
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 23 januari 2017 waarbij RW.H. van Dijk is verschenen.
1.2.
De rechtbank Midden-Nederland heeft zich bij voormelde beschikking relatief onbevoegd verklaard om van het verzoekschrift kennis te nemen en de zaak doorverwezen naar de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, aangezien de beslagene binnen het rechtsgebied van deze rechtbank is gevestigd.
1.3.
Vervolgens is beschikking bepaald op heden.

2.Het verzoek

2.1.
Uit het verzoekschrift en de bijlagen blijkt het volgende.
2.2.
[verzoeker] stelt dat hij tot 1 april 2011 een tandartspraktijk had en op enig moment arbeidsongeschikt raakte. Nadat de vervanging van zijn praktijk onsuccesvol bleek te zijn heeft hij zijn praktijk tegen afbraakprijs verkocht en is naar Thailand gevlucht. Bij terugkomst in Nederland bleek dat de hypotheekhouder zijn appartement wegens wanbetaling met een verlies van ruim € 150.000,00 had verkocht en werd hij door de hypotheekhouder gedwongen om de verkoopakte te ondertekenen. Toen voorts bleek dat hij geen recht op een uitkering had is hij weer naar Thailand gevlucht omdat hij daar een kamer voor € 150,00 per maand kan huren en de woonlasten, ziektekosten en het levensonderhoud in Nederland voor hem onbetaalbaar zijn geworden. Hij voorziet in Thailand in zijn levensonderhoud door middel van enkel een Nederlandse pensioenuitkering van € 463,00 netto per maand van de stichting Pensioenfonds Tandartsen en Tandarts-specialisten, aldus [verzoeker] . Aangezien de ABN onder de stichting Pensioenfonds Tandartsen en Tandarts-specialisten beslag heeft gelegd op (aanvankelijk) zijn hele uitkering en vervolgens per 4 augustus 2016 op € 175,00 per maand heeft ABN geen rekening gehouden met een beslagvrije voet. Op grond van het voorgaande verzoekt [verzoeker] om de beslagvrije voet vast te stellen.
2.3.
ABN voert verweer.
2.4.
Op de stellingen van partijen zal de kantonrechter, voor zover nodig, nader ingaan.

3.De beoordeling

3.1.
Uit het exploit van betekening en beslaglegging van 21 juni 2016 blijkt dat de beslagsom waarvoor het onderwerpelijke beslag is gelegd € 228.271,07 bedraagt.
3.2.
Bij brief van 9 januari 2017 zijn partijen alsmede mr. R. Bothof (verder: Bothof) opgeroepen om ter mondelinge behandeling van 23 januari 2017 te verschijnen. [verzoeker] heeft meegedeeld dat hij bij gebrek aan financiële middelen niet kan verschijnen. De kantonrechter is, gelet op de inhoud van het verzoekschrift en de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, er van uit gegaan dat Bothof de gemachtigde van [verzoeker] is. [verzoeker] heeft niets gesteld waaruit blijkt dat dat (niet meer) het geval is. Nu Bothof, hoewel daartoe deugdelijk te zijn opgeroepen, naar de kantonrechter noch naar ABN toe heeft gereageerd komt dat voor rekening en risico van [verzoeker] .
3.3.
ABN heeft ter mondelinge behandeling haar stellingen, dat zij vermoedt dat [verzoeker] meer inkomsten genereert dan zijn pensioenuitkering, onder overlegging van bescheiden nader onderbouwd. Nu [verzoeker] noch Bothof dat vermoeden onvoldoende gemotiveerd en met verwijzing naar concrete bewijsstukken hebben weerlegd en het overige verweer van ABN onweersproken hebben gelaten leidt dat er toe dat het verzoek zal worden afgewezen met veroordeling van [verzoeker] , als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten van ABN van € 400,00 (salaris gemachtigde).
4. De beslissing
De kantonrechter
4.1.
wijst het verzoek af,
4.2.
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van deze procedure, tot aan dit vonnis aan de zijde van ABN gerezen en begroot op € 400,00.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Hoekstra, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.
Type: TY