Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
hou je kop” en nam hij haar weer in die wurggreep. Terwijl [verdachte] [slachtoffer] bleef slaan met zijn vuisten en haar in een wurggreep vasthield, trok hij haar aan haar haren naar een andere hoek in de ruimte. In die hoek staat een spuitcabine en [verdachte] trok haar daarachter. Vanuit de doorgang van de machineruimte kon niemand hen daar zien staan. Toen zij in deze hoek stonden zei [verdachte] dat [slachtoffer] zich uit moest kleden. Zij stond op dat moment met haar rug tegen de muur en [verdachte] stond vlak voor haar. [slachtoffer] heeft haar jasje en T-shirt uitgetrokken. [verdachte] heeft vervolgens haar hemd van onder omhoog, over haar hoofd heen, uitgetrokken. [slachtoffer] bleef schreeuwen en [verdachte] bleef haar klappen op haar gezicht en bovenlichaam geven. Hij sloeg haar zodanig dat zij met haar hoofd tegen de muur kwam. Op een gegeven moment kwam zij in de hoek op de grond terecht. Hij had toen al zeker 3 of 4 keer geprobeerd om haar te wurgen. Op die plaats in de hoek ging hij voor [slachtoffer] staan en pakte hij haar nek met zijn handen vast en kneep met zijn handen in haar nek. [slachtoffer] lag in de hoek, half op haar rug en op haar rechterzij. Haar hoofd lag tegen de machine aan. Zij hield met haar handen haar hoofd vast. [verdachte] zei dat zij op moest staan. Zij stond op en zei tegen [verdachte] dat zij overal bloedde. Zij bloedde in haar hele gezicht, aan haar armen en handen. Volgens [slachtoffer] zaten haar bovenlichaam en broek helemaal onder het bloed. Zij voelde ook bloed in haar mond en er was een stukje van haar voortand afgebroken. Op dat moment hoorde [slachtoffer] een mannelijke collega naar [verdachte] roepen: “
Ben je alleen of wat ben je aan het doen?” Op dat moment begon [slachtoffer] te schreeuwen en kon zij wegkomen uit die hoek. Zij was op dat moment alleen gekleed in haar bh en spijkerbroek en liep op haar sokken.
- 10:46:02,94: De verdachte loopt vanaf de koffiehoek door de gang langs de leslokalen. Aan het einde van gang is geen uitgang. Hij draait zich om aan het einde van de gang en komt terug.
- 10:46:25,34: De verdachte gaat vervolgens het lokaal net voorbij de radiator aan de rechterzijde binnen.
- 10:48:45,21: De verdachte komt samen met het slachtoffer uit het lokaal de gang op. Het slachtoffer opent een lokaal aan de linkerzijde van de gang met een sleutel. Het slachtoffer betreedt het lokaal, gevolgd door de verdachte.
- 11:02:00,85: Getuige [getuige] loopt door de gang en gaat het lokaal binnen waar het slachtoffer en de verdachte ook binnen zijn gegaan.
- 11:02:19,37: Getuige [getuige] verlaat het lokaal en loopt richting koffiehoek.
- 11:02:58,06: Getuige [getuige] loopt de gang weer in en gaat wederom het lokaal binnen waar het slachtoffer en de verdachte zijn binnen gegaan.
- 11:04:11,95: Het slachtoffer verlaat rennend het lokaal waar zij met de verdachte was binnengegaan. Zij wordt op de voet gevolgd door getuige [getuige] . Beiden rennen richting koffiehoek. Het slachtoffer heeft een ontbloot bovenlichaam en draagt slechts een bh. Verder draagt zij een lange broek. Haar gezicht en bovenlichaam zijn besmeurd met bloed. [6]
Neem haar maar mee. Ik heb haar niet meer nodig”. [7]
, toevoeging rechtbank)gelopen. Samen zijn ze naar beneden gelopen en toen is het volgens de verdachte misgegaan. De verdachte zou met [slachtoffer] de magneten bij de keuken leggen, zodat hij er de volgende dag aan zou kunnen gaan werken. Zij zijn via de deur de houtruimte binnen gegaan. De verdachte weet nog dat ze naar de schilderruimte gingen en dat het daar mis ging. Die pillen begonnen te werken. Hij was er gewoon niet meer bij en was zich niet meer bewust van wat hij deed of zei. De verdachte weet nog dat hij bij bewustzijn kwam. Hij zag [slachtoffer] en ook een personeelslid, die op hem kwam aflopen. Vanaf dat moment zag de verdachte wat hij had gedaan. Hij zag bloed, overal, op hemzelf, op de muur, op haar. Zij begon te gillen, omdat die man ook binnenkwam. [slachtoffer] was in de hoek en zij liep weg toen ze de man zag. De verdachte heeft verklaard dat hij weet dat hij seksueel opgewonden kan raken als hij Ritalin inneemt. Vier jaar geleden heeft hij precies hetzelfde gedaan. [9]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
- Persoonlijkheidsproblematiek: […] Thans worden in de persoonlijkheid eveneens antisociale (zich niet houden aan de wet, impulsiviteit, ontbreken van berouw) en narcistische (waarbij onaangename kanten van het zelf worden ontkend) trekken onderscheiden. […] Onderzoekers zijn van mening dat met niet voldoende zekerheid kan worden vastgesteld of betrokkene voldoet aan de zogeheten algemene criteria voor een persoonlijkheidsstoornis volgens de DSM-5. In het verleden lijken problemen (impulsiviteit en emotionele instabiliteit) vooral te zijn opgetreden binnen (intieme) relaties in periodes waarin eveneens sprake was van problematisch middelengebruik. Tevens wordt het zicht op de verschillende levensgebieden getroebleerd door de jarenlange tbs-behandeling (waardoor het feitelijk onduidelijk blijft in welke mate betrokkene in staat is zelfstandig naar behoren te functioneren).
- Middelenproblematiek: Bij betrokkene is sprake van problematisch gebruik van middelen, in het bijzonder amfetamine (Ritalin lijkt qua chemische samenstelling op amfetamine en heeft vergelijkbare eigenschappen). Tevens is in het verleden sprake geweest van (problematisch) gebruik van andere middelen (alcohol, cannabis, LSD, cocaïne). De informatie uit verkregen collaterale informatie vertoont inconsistenties met wat betrokkene thans over het middelengebruik vertelt, waarbij hij thans de nadruk legt op het spanningsregulerende karakter terwijl uit de stukken ook een losbandig leven met middelengebruik naar voren komt. De aard, ernst en vooral de functie van het middelengebruik blijft daardoor ongewis.
- Seksualiteit: In gesprekken met onderzoekers (zowel tijdens het onderhavig onderzoek als zoals blijkt uit aangetroffen verslagen) schetst betrokkene een sociaal wenselijk beeld van de wijze waarop hij seksualiteit en intimiteit ervaart. Feitelijk ontkent betrokkene elke afwijking van de norm. Dat laat zich niet verenigen met het gegeven dat betrokkene inmiddels meerdere malen is veroordeeld voor gewelddadige delicten met een duidelijk seksuele component, waarbij betrokkene geneigd is de seksuele component te ontkennen. Tevens vertoont wat betrokkene vertelt inconsistenties met verkregen collaterale informatie. […] Hierdoor is naar de mening van de onderzoekers (die gedeeld wordt door de laatste tbs-kliniek) te weinig zicht gekregen op de seksualiteitsbeleving van betrokkene om een seksuele (parafiele) stoornis uit te sluiten dan wel te kunnen onderbouwen.
ondanks intensieve behandeling valt betrokkene telkens terug in delicten met opvallende gelijkenissen met betrekking tot zedenzaken die gepaard gaan met agressie;
het ten laste gelegde (indien bewezen) vindt plaats in een gecontroleerde setting (FPC);
bij betrokkene is sprake van psychopathische trekken (volgens het concept van Hare);
betrokkene presenteert het delictgedrag min of meer als iets dat hem ‘overkomt’ en waar hij geen invloed op heeft. Hiermee maakt hij zichzelf (maar ook therapeuten) onmachtig;
in zijn seksuele anamnese presenteert hij zich sociaal wenselijk en lijkt hij zijn seksuele verlangen te bagatelliseren. Duidelijk is dat er verschillen zijn tussen wat betrokkene thans en in de Rooyse Wissel vertelt over zijn seksuele ontwikkeling en wat hij hierover in het verleden vertelde. Het is niet aannemelijk dat dit te wijten is aan amnesie.
6.De straf en/of de maatregel
7.De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 subsidiair, 2 en 3 primair tot een gevangenisstraf van 4 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van het openbaar ministerie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling gedeeltelijk toe;
- bepaalt de duur waarvoor de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt herroepen op een periode van 500 dagen.