ECLI:NL:RBLIM:2017:8943
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechter vernietigt niet-ontvankelijkverklaring bezwaar oliebollenkraam standplaats
Verzoeker, exploitant van een oliebollenkraam op het Stationsplein te Weert, kreeg voor het seizoen oktober 2017 tot januari 2018 geen vergunning toegekend omdat het college van burgemeester en wethouders een nieuwe inschrijvingsprocedure hanteerde. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat zij de brief van 18 april 2017 niet als een besluit in de zin van de Awb beschouwde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief wel degelijk een besluit is omdat het een publiekrechtelijk rechtsgevolg heeft: het weigeren van de vergunning aan verzoeker. Verder stelde de rechter vast dat het college buiten de door de gemeenteraad gegeven bevoegdheid is getreden door een afwijkende aanvraag- en beoordelingsprocedure in te voeren die niet strookt met de geldende standplaatsenverordening.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en beval het college om vóór 1 oktober 2017 een nieuwe beslissing te nemen, met inachtneming van de gemeentelijke verordening. Tevens werd een voorlopige voorziening toegewezen en werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en reiskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuwe beslissing te nemen binnen de gemeentelijke verordening.