ECLI:NL:RBLIM:2017:8950
Rechtbank Limburg
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen WOZ-beschikking niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbrekende machtiging onterecht
Bij besluit van 28 februari 2017 stelde verweerder de WOZ-waarde van een onroerende zaak vast. Het bezwaar van eiser tegen dit besluit werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging. Eiser stelde beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De rechtbank overwoog dat bij het indienen van het bezwaar wel degelijk een rechtsgeldige machtiging was gevoegd, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was. Verweerder erkende deze fout en stelde dat het bezwaar vanwege het ontbreken van nadere motivering niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. De rechtbank verwierp dit standpunt en verwees naar jurisprudentie dat een bezwaar niet niet-ontvankelijk kan worden verklaard wegens het ontbreken van gronden indien taxatieverslagen niet tijdig zijn meegezonden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op opnieuw op het bezwaar te beslissen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser, vastgesteld op €495,- voor rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door rechter Kleijkers op 15 september 2017.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.