De werknemer trad in 2010 in dienst bij Profilplast BV als accountmanager. Op 26 juni 2017 sprak Profilplast een ontslag op staande voet uit wegens vermeende valse bezoekverslagen, frequente bezoeken aan concurrenten, lange telefoongesprekken met ex-collega's en laat beginnen met werken. De werknemer betwistte het ontslag en verzocht om vernietiging.
De rechtbank oordeelde dat slechts één gedraging binnen de referentieperiode van een week voorafgaand aan het ontslag kon worden vastgesteld, wat onvoldoende was voor een dringende reden. De overige gedragingen waren pas na het ontslag bekend en konden niet aan het ontslag ten grondslag worden gelegd. Daarom was het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig en werd het vernietigd.
Profilplast verzocht vervolgens om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer. De rechtbank stelde vast dat de werknemer over een langere periode bezoekverslagen niet naar waarheid had ingevuld en klanten belde in plaats van bezocht zonder toestemming, wat het vertrouwen ernstig schaadde.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 oktober 2017 zonder toekenning van een transitievergoeding vanwege het ernstig verwijtbaar handelen. De proceskosten werden gecompenseerd en partijen dragen ieder hun eigen kosten.