Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het vonnis in incident van 4 mei 2016,
- de conclusie van antwoord in reconventie,
- het proces-verbaal van comparitie van 2 mei 2017,
- de aktes uitlating voortprocederen.
2.De feiten
ALGEMENE VOLMACHT
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een geschil tussen twee partijen over de nakoming van een volmachtovereenkomst die door een derde partij aan beiden was verleend. De eiser vordert primair dat de gedaagde haar verplichtingen uit de volmacht nakomt door inzage te geven in financiële documenten, en subsidiair op grond van artikel 843a Rv inzage in bankafschriften en belastingaangiften. De gedaagde vordert in reconventie onder meer een verbod op nader onderzoek naar haar privéleven en een verbod voor de eiser om haar woning te betreden.
De rechtbank stelt vast dat de volmacht geen verplichtingen voor de gedaagde jegens de eiser bevat en dat de gevorderde rekening en verantwoording uitdrukkelijk is uitgesloten. De primaire en subsidiaire vorderingen van de eiser worden daarom afgewezen wegens gebrek aan rechtmatig belang. De reconventionele vorderingen worden eveneens afgewezen, omdat er geen concrete aanwijzingen zijn voor herhaling van het onderzoek, en een contactverbod een disproportionele inbreuk op het recht op privé- en gezinsleven zou vormen.
De vordering tot schadevergoeding wegens schending van privacy wordt als louter symbolisch beoordeeld en afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is gewezen door rechter R. Kluin en op 11 oktober 2017 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Alle vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.