Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
4.De beslissing
26 december 2016 tot de dag der voldoening;
Rechtbank Limburg
In deze civiele procedure vordert eiser op grond van een vermeende agentuurovereenkomst betaling van rente, incassokosten en kosten van een faillissementsverzoek. Eiser stelt dat hij als handelsagent heeft bemiddeld bij een koopovereenkomst tussen een advocaat en gedaagde en dat de factuur ten onrechte op zijn naam is gesteld. Gedaagde betwist dat er sprake is van een agentuurovereenkomst en stelt dat eiser nooit heeft aangegeven namens de advocaat te handelen.
De kantonrechter oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor het bestaan van een agentuurovereenkomst en wijst zijn vordering af. De tegenvordering van gedaagde tot betaling van een bedrag van €1.000, dat nog openstaat na een gedeeltelijke betaling, wordt toegewezen omdat eiser dit niet heeft betwist.
Eiser wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag vermeerderd met wettelijke rente vanaf 26 december 2016 en tot betaling van de proceskosten. De veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vordering agentuurovereenkomst afgewezen; tegenvordering tot betaling van €1.000 plus rente toegewezen.