Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie
NJ1999, 538 en HR 30 september 1997,
NJ1998, 117).
4.De beoordeling van het bewijs
nietde verdachte is bij vergelijking 1. Dit maakt dat het NFI op geen van de afbeeldingen de verdachte heeft herkend.
- Zaken met directe herkenning: de zaken waarvan de rechtbank van oordeel is dat de verdachte (zeer) sterke gelijkenissen vertoont met de vrouw op de camerabeelden.
- Zaken met indirecte herkenning: de zaken waarvan de rechtbank van oordeel is dat de verdachte weliswaar gelijkenissen vertoont met de vrouw op de camerabeelden, maar dat deze gelijkenissen niet zo evident zijn dat de rechtbank daarmee de verdachte direct herkent. Door vergelijking met de foto’s van de hiervoor genoemde categorie en andere bijkomende omstandigheden, is echter wel sprake van indirecte herkenning.
- Zaken zonder herkenning: de zaken waarin de rechtbank de verdachte niet herkent op de camerabeelden.
- Vrouw;
- Zwarte jas tot over de heupen;
- Donkerblond tot lichtbruin haar tot net over de schouders;
- Sjaal, groen/blauw/grijs van kleur;
- Blauwe spijkerbroek;
- Bruine laarzen die net onder de knie komen.
- een fors postuur;
- blanke huid;
- donkerblond lang haar;
- zwarte jas;
- sjaal, grijskleurig.
- [slachtoffer 1] (zaak 1);
- [slachtoffer 6] (zaak 5);
- [slachtoffer 2] (zaak 8);
- [slachtoffer 3] (zaak 19);
- [slachtoffer 4] (zaak 22);
- [slachtoffer 5] (zaak 23) en;
- [slachtoffer 7] en/of [naam 3] (zaak 25).
- de man pint als eerste geld met de gestolen pinpas en kijkt in sommige gevallen de pincode af;
- de verdachte leidt het slachtoffer aan de linkerzijde van de pinautomaat af en kijkt in de meeste gevallen de pincode af aan de linkerzijde van de pinautomaat;
- de andere vrouw wisselt aan de rechterzijde van de pinautomaat de pinpassen om.
- [slachtoffer 1] (zaak 1);
- [slachtoffer 6] (zaak 5);
- [slachtoffer 2] (zaak 8);
- [slachtoffer 3] (zaak 19), en;
- [slachtoffer 7] en/of [naam 3] (zaak 25).
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf
8.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen
zelfstandigte voegen als benadeelde partij. De erfgenamen hebben immers niet zelf rechtstreekse schade geleden.
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest en in detentie in het buitenland ingevolge een Nederlands verzoek om uitlevering of overlevering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;
- bepaalt dat de
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil.