Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de beslissing waarbij een comparitie van partijen is bepaald
- de comparitie van partijen op 4 oktober 2018
- de daaraan voorafgaande producties.
Rechtbank Limburg
Eiseres, een groothandel in vis, vordert betaling van een openstaand bedrag van gedaagde, die een eenmanszaak dreef en facturen niet volledig betaalde. Eiseres stelt dat de verjaring is gestuit door het versturen van sms-berichten en ondertekening van een brief in 2010.
Gedaagde betwist ontvangst van de sms-berichten en voert verjaring aan. De kantonrechter overweegt dat een sms-bericht mogelijk schriftelijk kan zijn, maar dat niet is komen vast te staan dat deze berichten gedaagde daadwerkelijk hebben bereikt. Hierdoor kunnen zij niet als stuiting gelden.
De ondertekende brief van 15 februari 2010 wordt wel als erkenning van de vordering en daarmee als stuiting aangemerkt. Vanaf dat moment is een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar gaan lopen, die niet is gestuit. Latere aanmaningen dateren van 2016 en 2017, meer dan vijf jaar na de brief, waardoor de vordering is verjaard.
De kantonrechter wijst de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten van gedaagde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens verjaring omdat sms-berichten geen rechtsgeldige stuiting vormden.