Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- exploot van dagvaarding: € 103,01
- salaris gemachtigde: €
400,00
Rechtbank Limburg
De werknemer trad per 15 maart 2018 in dienst bij Atrac B.V. tegen een bruto uurloon van €8,70. Kerff Bewindvoeringen B.V. werd op 22 januari 2018 benoemd tot bewindvoerder over de goederen van de werknemer. Atrac betaalde het loon van maart tot en met augustus 2018 niet aan de werknemer of diens bewindvoerder.
Atrac stelde het loon te hebben verrekend met schade veroorzaakt door de werknemer en betaalde het loon aan de verhuurder om een huisuitzetting te voorkomen. Kerff betwistte de schade en stelde dat Atrac het loon aan haar als bewindvoerder had moeten betalen. De rechtbank oordeelde dat Atrac niet gerechtigd was het loon te verrekenen en dat de loonbetalingen aan Kerff hadden moeten plaatsvinden.
De rechtbank veroordeelde Atrac om het salaris over de periode van 15 maart tot en met 31 augustus 2018, de vakantietoeslag van 8% vanaf 15 maart tot 30 juni 2018, en de wettelijke rente en verhoging binnen vijf dagen te betalen. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor toekomstige niet-nakoming. De vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van incassowerkzaamheden. Atrac werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Atrac wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en vakantietoeslag aan de bewindvoerder en het opleggen van een dwangsom voor toekomstige betalingen.