Uitspraak
6.Ten aanzien van het beroep overweegt de voorzieningenrechter als volgt.
11.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.
Rechtbank Limburg
Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas om handhavend op te treden tegen het bouwen van recreatiewoningen en tegen bomenkap op recreatiepark De Stille Wille. Het college stuurde het handhavingsverzoek bomenkap door aan de provincie Limburg, die het verzoek op 28 september 2018 ontving.
Eiser stelde op 19 september 2018 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op het handhavingsverzoek bomenkap en verzocht tegelijk om een voorlopige voorziening om de bomenkap en bouw stil te leggen. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het verzoek tot handhaving van de bouw niet-ontvankelijk was wegens gebrek aan materiële connexiteit en dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het verzoek bomenkap niet ontvankelijk was omdat de termijn voor besluitvorming nog niet was verstreken.
De rechtbank overwoog dat het college van burgemeester en wethouders het verzoek niet onverwijld had doorgezonden, maar dat dit geen invloed had op de ontvankelijkheid van het beroep. Omdat het beroep niet ontvankelijk was, was er geen grond voor een voorlopige voorziening, die daarom werd afgewezen. Ook het verzoek tot voorlopige voorziening voor de bouw werd niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter Derks op 1 november 2018 in Roermond.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.