Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[verzoekster], wonend te [woonplaats 1] (Polen) , [adres] , in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarigen:
Rechtbank Limburg
Verzoekster, als wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen, verzoekt om machtiging om namens hen de nalatenschap van de erflaatster te verwerpen. De nalatenschap valt onder Nederlands recht op grond van de Europese Erfrechtverordening. Hoewel strikt toepassen van art. 4:193 BW Pro zou betekenen dat de nalatenschap beneficiair wordt aanvaard en de minderjarigen deze moeten vereffenen, is er een rechterlijke beslissing in Polen die verzoekster machtigt tot beheer en verwerping van de nalatenschap namens haar kinderen.
De kantonrechter acht het onwenselijk dat minderjarigen door onkunde van een meerderjarige de nalatenschap zelf moeten vereffenen zoals bedoeld in art. 4:202 BW Pro en volgende. Daarom wordt de machtiging verleend om namens de minderjarigen de nalatenschap te verwerpen. Tevens wordt de griffier opgedragen om ambtshalve de benodigde akte op te maken en in te schrijven in het boedelregister zonder heffing van griffierecht.
De beschikking is uitgesproken op 30 oktober 2018 door de kantonrechter te Maastricht, waarbij de bescherming van minderjarigen en proceseconomische redenen een belangrijke rol spelen.
Uitkomst: Machtiging verleend aan wettelijk vertegenwoordiger om namens minderjarige kinderen de nalatenschap te verwerpen zonder griffierecht.