Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[verzoekster sub 1] ,
[verzoeker sub 2],
[verzoeker sub 3],
[verzoeker sub 4],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een cumulatieve vordering van vier verzoekers tegen luchtvaartmaatschappij Condor wegens een vluchtvertraging van meer dan drie uur, waardoor zij later dan gepland op hun bestemming arriveerden. De verzoekers hadden hun vlucht geboekt via FTI Touristik GmbH en baseren hun vordering op Verordening (EG) nr. 261/2004.
De kantonrechter stelt vast dat de Europese procedure voor geringe vorderingen van toepassing is en dat de vordering binnen het toepassingsgebied valt. Condor erkent de vordering. Echter, verzoekers 3 en 4 zijn minderjarig en volgens artikel 1:234 lid 1 BW Pro procesonbekwaam. Er is geen machtiging van de kantonrechter voor hun vertegenwoordiging door wettelijke vertegenwoordigers, waardoor hun vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard.
De vordering van verzoekers 1 en 2 wordt toegewezen tot een bedrag van €1.200, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 22 april 2018. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. De beschikking is gegeven door kantonrechter P. Hoekstra en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verzoekers 3 en 4 worden niet-ontvankelijk verklaard; Condor wordt veroordeeld tot betaling van €1.200 met rente aan verzoekers 1 en 2.