De rechtbank Limburg heeft op 14 november 2018 uitspraak gedaan in de zaak tegen een winkelmedewerkster die tussen 9 februari 2011 en 21 oktober 2015 ruim 90.000 euro verduisterde van haar werkgever. De verdachte heeft het geld dat zij uit hoofde van haar dienstbetrekking onder zich had, wederrechtelijk toegeëigend. Zij bekende dit feit bij de politie en tijdens de zitting.
De rechtbank verwierp de bezwaren van de verdediging tegen de tenlastelegging en achtte het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. De verdachte heeft jarenlang kleine bedragen uit de kassa genomen en dit verborgen gehouden door negatieve transacties te registreren. De verduistering kwam aan het licht nadat de dochter van de werkgevers de verdachte betrapte.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de lange duur van de verduistering, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en haar verantwoordelijkheid die zij toonde door het aflossen van de schuld sinds januari 2016. Gezien de financiële druk op haar gezin en de lange terugbetalingsperiode legde de rechtbank een taakstraf van 120 uur op, waarvan 60 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een overschrijding van de redelijke termijn vastgesteld, die in het voordeel van de verdachte werd verwerkt.