ECLI:NL:RBLIM:2018:10842
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing niet-ontvankelijk verzoek tot wraking na uitspraak zonder zitting
De wrakingskamer van de Rechtbank Limburg ontving op 17 september 2018 een verzoek tot wraking van mr. K.M.P. Jacobs, rechter in de rechtbank Limburg. Dit verzoek had betrekking op twee bestuursrechtelijke procedures waarin op 9 augustus 2018 zonder zitting uitspraak was gedaan volgens artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De wrakingskamer stelde vast dat het verzoek tot wraking was ingediend na de einduitspraak in de hoofdzaak. Volgens het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg kan een verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid zonder zitting worden afgewezen als het na de einduitspraak is ingediend. Dit is omdat alleen ten aanzien van de behandelend rechter een wrakingsverzoek kan worden ingediend.
Hoewel verzoeker verzet had aangetekend tegen de uitspraak, is de rechter op grond van artikel 8:55 lid 6 Awb Pro niet betrokken bij de behandeling van dat verzet en blijft hij geen behandelend rechter. Daarom oordeelde de wrakingskamer dat het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk was en wees het af.
De beslissing werd op 25 september 2018 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter mr. V.P. van Deventer en leden mr. J.J.M. Wassenberg en mr. A.K. Kleine. Tegen deze beslissing is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking wordt afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het na de einduitspraak is ingediend en de rechter geen behandelend rechter meer is.