ECLI:NL:RBLIM:2018:11028

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
21 november 2018
Publicatiedatum
22 november 2018
Zaaknummer
04 7028027 cv expl 18-4144
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 7:405 BWArt. 7:408 lid 1 BWArt. 7:411 BWArt. 7:413 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering lesgeld wegens wijziging essentiële cursusdag en ontbinding overeenkomst

Gedaagde partij schreef zich in november 2015 in voor een kapperopleiding die oorspronkelijk op zaterdagen in Utrecht zou plaatsvinden. De opleider wijzigde na twee maanden vanwege onvoldoende aanmeldingen de cursusdag van zaterdag naar maandag. Gedaagde partij was alleen op zaterdag beschikbaar en maakte dit vooraf kenbaar, waardoor deze wijziging een essentieel onderdeel van de overeenkomst betreft.

De kantonrechter kwalificeerde de overeenkomst als een opdracht en oordeelde dat gedaagde partij de overeenkomst niet had opgezegd, maar de wijziging van de cursusdag door de opleider een tekortkoming in de nakoming opleverde. Dit vormde een grond voor ontbinding van de overeenkomst, waardoor wederzijdse verplichtingen eindigden.

De vordering van eisende partij tot betaling van het resterende lesgeld werd daarom afgewezen. Tevens werd eisende partij veroordeeld in de proceskosten van gedaagde partij. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vordering tot betaling van het resterende lesgeld wordt afgewezen wegens ontbinding van de overeenkomst door tekortkoming in nakoming.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 7028027 \ CV EXPL 18-4144
Vonnis van de kantonrechter van 21 november 2018
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SCHEIDEGGER OPLEIDINGEN B.V.,
gevestigd te Hilversum,
eisende partij,
gemachtigde Rosmalen Gerechtsdeurwaarders,
tegen:
[gedaagde partij],
wonend [adres gedaagde partij] ,
[woonplaats gedaagde partij] ,
gedaagde partij,
gemachtigde mr.dr. G.H.J. Schreven.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding
  • de conclusie van antwoord
  • de conclusie van repliek
  • de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Gedaagde partij heeft zich telefonisch dan wel schriftelijk in november 2015 bij eisende partij ingeschreven voor de opleiding “Vakopleiding Kapper” in Utrecht met als startmoment februari 2016. De inschrijving is digitaal aan gedaagde partij bevestigd op 30 november 2015. Gedaagde partij is via een link akkoord gegaan met de algemene voorwaarden van eisende partij.
2.2.
Per e-mail van 25 november 2015 is het kostenoverzicht aan gedaagde partij gestuurd. Gedaagde partij heeft ervoor gekozen om de opleidingskosten in 12 termijnen te voldoen.
2.3.
Gedaagde partij zou de opleiding in Utrecht op zaterdagen volgen. Vanwege onvoldoende aanmeldingen/animo heeft eisende partij na ongeveer twee maanden zowel de locatie als dag waarop de opleiding gevolgd zou worden gewijzigd. In plaats van zaterdag werd de cursus op maandag gegeven.
2.4.
Partijen hebben overleg gehad over de wijziging van de cursusdag.
Bij e-mail van 7 april 2016 bericht eisende partij als volgt:
“(..) Afgelopen dinsdag hebben wij telefonisch contact met elkaar gehad. Je gaf toen aan dat je een groep van 10 personen bij elkaar hebt om de lessen van de module Kleuren & omvormen op zaterdag te gaan volgen.
Ik heb beloofd dat ik ga kijken of we deze les toch op zaterdag kunnen aanbieden. Echter wil ik dan van alle studenten de bevestiging dat zij inderdaad op zaterdag kunnen, zodat we niet voor niets deze actie gaan ondernemen. Zij kunnen dit bevestigen door allen een e-mail te sturen naar info@scheidegger.nl.
Ik ben zelf woensdag weer aanwezig. Ik zal dan checken of we inderdaad van de hele groep een e-mail hebben en kijken wat ik dan kan regelen.(..)”
2.5.
Op basis van artikel 6 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden kan de opleiding kosteloos geannuleerd worden, mits de reeds aangeboden opleidingsonderdelen zijn voldaan.
2.6.
Bij een zevenDe gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK&T en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 100,00 aan nakosten salaris.
tal facturen in de periode van 20 april 2016 tot en met 29 augustus 2016 is een totaalbedrag van € 1.383,90 (6 x € 197,70) in rekening gebracht. Deze zijn niet betaald.
2.7.
Gedaagde partij is met de opleiding gestopt.

3.Het geschil

3.1.
Eisende partij vordert - samengevat - veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 1.573,98, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Gedaagde partij voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt het volgende voorop.
Volgens vaste rechtspraak wordt een overeenkomst tot het volgen van een opleiding, zoals de onderhavige, gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht als bedoeld in artikel 7:405 BW Pro. Ingevolge artikel 7:408, lid 1 BW kan de opdrachtgever te allen tijde de overeenkomst opzeggen. Voor de gevolgen van die opzegging moet naar het oordeel van de kantonrechter aansluiting worden gezocht bij artikel 7:411 BW Pro, waarin is bepaald op welk loon de opdrachtnemer recht heeft in gevallen waarin de overeenkomst eindigt voordat de opdracht is volbracht of de tijd waarvoor zij is verleend is verstreken. Van beide voornoemde artikelen kan ingevolge het bepaalde in artikel 7:413 lid 2 juncto Pro 408 lid 3 BW niet worden afgeweken ten nadele van een consument-opdrachtgever.
4.2.
In de eerste plaats ligt ter beoordeling de vraag voor of gedaagde partij de overeenkomst heeft opgezegd. In haar conclusie van dupliek stelt gedaagde partij in punt 16 dat zij de overeenkomst telefonisch heeft opgezegd. In punt 17 voert gedaagde partij aan dat zij er toch voor heeft gekozen de opleiding te vervolgen. Een opzegging daarna ziet de kantonrechter niet, en daarover is ook niets door gedaagde partij gesteld. De kantonrechter stelt daarom vast dat de overeenkomst niet door opzegging is geëindigd. Dat gedaagde partij de opleiding verder niet meer gevolgd heeft, doet daaraan niet af.
4.3.
Hoewel niet met zoveel woorden door gedaagde partij genoemd, leidt de kantonrechter verder uit het verweer af dat gedaagde partij de mening is toegedaan dat eisende partij tekort is geschoten in de nakomingen van de verplichtingen uit de overeenkomst door de locatie en de dag waarop les zou worden gegeven te wijzigen. De kantonrechter overweegt in dit verband het volgende. Als niet betwist staat vast dat gedaagde partij, in verband met haar werkzaamheden door de week, alleen op zaterdag beschikbaar was voor het volgen van de opleiding en dat dit ook voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst aan eisende partij kenbaar is gemaakt. Dit vormt daarom een essentieel onderdeel van de overeenkomst. Door -met name- de dag waarop de cursus gegeven werd te wijzigen, schiet eisende partij naar het oordeel van de kantonrechter tekort in de nakoming van de verplichtingen van de overeenkomst. Ingevolge artikel 6:265 BW Pro levert dit een grond op voor ontbinding, waarmee de wederzijdse verplichtingen eindigen. Dit leidt er vervolgens toe dat de betalingsverplichting van gedaagde partij eindigt en de vordering van eisende partij dientengevolge moet worden afgewezen. Dit lot treft eveneens de nevenvorderingen van eisende partij.
4.4.
Eisende partij zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op € 300,00 als salaris voor de gemachtigde.
4.5.
De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vordering af,
5.2.
veroordeelt eisende partij in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij gevallen en tot op heden begroot op € 300,00,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.
type: plg
coll: