De rechtbank Limburg heeft op 23 november 2018 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen verdachte, die was veroordeeld voor valsheid in geschrift en feitelijk leidinggeven aan witwassen in de periode 2003-2005.
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, bestaande uit een liquidatie-uitkering en managementfees, met een totaalbedrag van ruim €1,3 miljoen. De verdediging verzocht om matiging van het bedrag vanwege onder meer de lange duur van de procedure, de leeftijd van verdachte en de persoonlijke en zakelijke gevolgen.
De rechtbank stelde vast dat verdachte via valse overeenkomsten en facturen gelden had witgewassen en dat hij managementfees en een liquidatie-uitkering had ontvangen. Het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op €1.365.255,-, inclusief een gereduceerd bedrag aan managementfees.
De rechtbank wees het verzoek tot matiging af, omdat de strafmaat al rekening hield met de omstandigheden en er geen reden was om de betalingsverplichting te verminderen. De betalingsverplichting aan de staat werd opgelegd op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.