ECLI:NL:RBLIM:2018:11294
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoekster diende tijdens de behandeling van verzet tegen een uitspraak van de rechtbank een wrakingsverzoek in tegen de rechter, stellende dat deze vooringenomen zou zijn en een politiek gekleurd standpunt innam. Zij vond dat de rechter de gemachtigden van de minister het woord gaf terwijl de minister geen partij was in het verzet en dat de rechter weigerde vragen te beantwoorden over de bevoegdheid van de minister.
De rechter gaf schriftelijk aan dat een zitting bedoeld is om het verzet toe te lichten en niet om vragen te beantwoorden. Het toelaten van de gemachtigden van de minister was gebaseerd op artikel 8:55, tiende lid, Awb, en was een zuivere procesbeslissing. De wrakingskamer oordeelde dat er geen feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen.
Ook het verwijt dat de rechter niet diepgaand in discussie ging met een mede-opposant werd verworpen omdat dit niet tot de taak van de rechter behoort. De stelling dat de rechter niet bekwaam zou zijn, werd niet onderbouwd en valt buiten de wrakingsprocedure. Het verzoek tot wraking werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt ongegrond verklaard en afgewezen.