Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en maatregel
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen
- een geldbedrag € 150
- de kosten voor het aanvragen van een nieuwe identiteitsbewijs € 51,05
- eigen risico ziektekosten (Virenze) (i.v.m. consulten GGZ) € 22,87
- niet vergoede kosten fysiotherapie € 92,95
- schade auto € 5.800,00
- kosten opvragen informatie huisarts en praktijkondersteuner € 76,10
- kosten opvragen informatie MUMC € 96,47
- reiskosten € 61,07
- trainingspak Adidas € 70,90
- schoenen Nike € 79,99
- telefoon Huawei P8 € 299,00
- medische kosten € 48,11
- reiskosten € 35,13
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.3 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- veroordeelt verdachte tot een
adeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
- verklaart de benadeelde partij,
- wijstde vordering van de benadeelde partij
voor het overige toeen veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen
€ 822,87, bestaande uit € 22,87 aan materiële schade en € 800,00 immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 14 augustus 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening; - veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 1] , van € 822,87, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 14 augustus 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij
- wijstde vordering van de benadeelde partij
voor het overige toeen veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen
€ 11.126,59, bestaande uit € 6.126,59 aan materiële schade en € 5.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 14 augustus 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening; - veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 3] , van € 11.126,59, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 90 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 14 augustus 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- verklaart de benadeelde partij,
- bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van een gedeelte van de immateriële schade, te weten € 7.000,00
- wijstde vordering van de benadeelde partij
voor het overige toeen veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen
€ 5.234,13, bestaande uit € 234,13 aan materiële schade en € 5000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 14 augustus 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening; - veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 4] , van € 5.234,13, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 61 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 14 augustus 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen.