Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- het mondeling genomen antwoord
- de conclusie van repliek
- de mondeling genomen dupliek.
2.Het geschil
3.De beoordeling
- dagvaarding € 101,05
- griffierecht 223,00
- gemachtigde salaris
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Eiser verhuurde een garagebox aan gedaagde op basis van een schriftelijke huurovereenkomst met een maandhuur van €250. Gedaagde zou de garagebox op 8 mei 2017 verlaten, maar bleek deze pas begin juli 2017 volledig te hebben ontruimd, waarbij ook vernielingen waren geconstateerd. De kantonrechter gaat uit van beëindiging van de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden en stelt vast dat gedaagde tot en met juli 2017 huur verschuldigd is.
Gedaagde erkende geen huur te hebben betaald vanaf december 2016 tot en met juli 2017, wat resulteert in een achterstand van €2.000. Hij stelde dat hij dit bedrag mocht verrekenen met een waarborgsom en kosten van een elektriciteitsmeter, maar kon dit niet onderbouwen met betalingsbewijzen of afspraken. De kantonrechter oordeelde dat verrekening niet mogelijk is.
Eiser vorderde ook incassokosten van €300 en kosten van rechtsbijstand van €1.000. De incassokosten werden toegewezen conform de huurovereenkomst, maar de kosten van rechtsbijstand werden afgewezen omdat deze reeds in het liquidatietarief waren begrepen.
Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van €2.300 plus wettelijke rente van 2% vanaf 24 juli 2017 en de proceskosten van €624,05. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €2.300 plus wettelijke rente en proceskosten, verrekening afgewezen.