Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- op het risicoadres [adres] en [nummer 1] te Hoensbroek een verenigingsgebouw genaamd het “ [naam 4] ” met een bovenwoning is gesitueerd;
- de onderhavige brand op 11 juni 2018 [
- de middelste twee kamers aan de voorzijde van de bovenwoning als specifiek ontstaansgebied van de brand zijn aangemerkt;
- gezien de aangetroffen algemene schade in deze kamers zich hier een primaire brandhaard dan wel een ontstaansplaats van brand bevond;
- vanwege de aldaar aangetroffen destructie het in technische zin niet meer mogelijk was een specifieke plaats voor het ontstaan van de brand en/of brandoorzaak vast te stellen;
- de brandschade op de trap naar de bovenwoning als een separaat specifiek ontstaansgebied van brand is aangemerkt;
- op voormelde trap een elektrisch technische brandoorzaak kan worden uitgesloten;
- gedurende de expertise in de bij de bovenwoningen behorende hal twee brandmonsters zijn veiliggesteld;
- in deze monsters door het laboratorium [naam 5] de aanwezigheid van kerosine is aangetroffen, een bestanddeel van o.a. petroleum en aanmaakvloeistof;
- op de daarvoor in aanmerking komende ramen en deuren geen onverklaarbare sporen van braak of verbreking zijn aangetroffen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partijen
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] niet ontvankelijk is en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;
- bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] niet ontvankelijk is en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;