Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Stichting [verzoekster] , gevestigd te [vestigingsplaats] , verzoekster,
de heffingsambtenaar van de gemeente Stein, verweerders (hierna ook in enkelvoud: verweerder).
Rechtbank Limburg
De zaak betreft de vraag of in het kader van de proceskostenvergoeding in beroep sprake is van één zaak wanneer beroep wordt ingesteld tegen WOZ-waarden van meerdere onroerende zaken gelegen in verschillende gemeenten. Verzoekster maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarden van drie onroerende zaken in Geleen, Stein en Elsloo. Na gedeeltelijke verlaging van de waarden en vernietiging van de gebruikersaanslag trok verzoekster het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank overweegt dat artikel 3 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) zowel op de bezwaar- als beroepsfase van toepassing is en dat het arrest van de Hoge Raad van 12 april 2013 analoog geldt in de beroepsfase. Dit arrest bepaalt dat meerdere besluiten op één aanslagbiljet als één bezwaar worden beschouwd. De rechtbank verwijst naar haar eerdere uitspraak van 18 juli 2017, waarin zij kanttekeningen plaatste bij dit arrest en stelde dat proceskostenvergoeding per gemeente kan worden berekend.
In deze zaak is sprake van meerdere gemeenten en verschillende beroepsgronden, waardoor de rechtbank oordeelt dat voor de beroepen met betrekking tot de onroerende zaken in Sittard en Stein elk één punt toegekend moet worden. De vergoeding voor rechtsbijstand wordt vastgesteld op €1.002,- en de vergoeding voor taxatierapporten op €3.194,40. Het griffierecht dient verzoekster rechtstreeks bij verweerder te claimen, die dit ook heeft toegezegd te vergoeden. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van in totaal €4.196,40 aan verzoekster.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €4.196,40 aan verzoekster als proceskostenvergoeding.