AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Niet-ontvankelijkverklaring verzoek voorlopige voorziening wegens niet betaling griffierecht
Verzoekster heeft tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Volgens artikel 8:82 AwbPro moet het griffierecht binnen twee weken worden betaald. Verzoekster is door de griffier per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om het griffierecht binnen de gestelde termijn te voldoen. Dit is echter niet gebeurd, en verzoekster gaf geen reden voor het verzuim.
Omdat er geen verontschuldiging is voor het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
Zaaknummer: ROE 18/2960
Uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 december 2018 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoekster], te [woonplaats], verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen, verweerder.
Procesverloop
Verzoekster heeft tegen het besluit van verweerder van 8 november 2018 bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die een verzoek om een voorlopige voorziening indient, moet op grond van artikel 8:82, eerste lid van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht op grond van artikel 8:82, tweede lid, van de Awb in combinatie met artikel 8:41, tweede lid, van de Awb, gelezen in samenhang met de bij de Awb behorende Regeling verlaagd griffierecht, € 46,00. Op grond van artikel 8:82, derde lid, van de Awb is de termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald twee weken. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de rechtbank op grond van artikel 8:82, derde lid, van de Awb in combinatie met artikel 8:41, zesde lid, van de Awb het verzoek niet‑ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
3. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 7 december 2018 verzoekster in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief.
4. Verzoekster heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
5. Verzoekster heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim.
6. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.J.J. Derks-Voncken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van J.W.J.M. van Rijt, griffier .De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 december 2018.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op: 28 december 2018
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.