ECLI:NL:RBLIM:2018:12442

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 januari 2018
Publicatiedatum
6 februari 2019
Zaaknummer
C/03/18/18F
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking surseance van betaling en faillissementsuitspraak Stichting Centra voor Integrale Revalidatie en Arbeidsactivering Nederland

De rechtbank Limburg heeft op 24 januari 2018 uitspraak gedaan in de zaak betreffende de Stichting Centra voor Integrale Revalidatie en Arbeidsactivering Nederland. Aanvankelijk was aan de stichting op 17 januari 2018 voorlopige surseance van betaling verleend met benoeming van een rechter-commissaris en bewindvoerder.

Op verzoek van de bewindvoerder en met instemming van de bestuurder van de stichting heeft de rechtbank de surseance van betaling ingetrokken. De bestuurder wenste niet te worden gehoord tijdens de zitting.

De rechtbank oordeelde dat er geen uitzicht bestond dat de schuldenaar na verloop van tijd de schuldeisers zou kunnen voldoen. Tevens bleek dat de schuldenaar was opgehouden te betalen, wat de grond vormde voor de faillissementsuitspraak.

De rechtbank verklaarde de stichting in staat van faillissement, benoemde een curator en gaf deze curator de bevoegdheid om aan de gefailleerde gerichte correspondentie te openen. De beschikking werd uitgesproken in een openbare zitting te Roermond.

Uitkomst: De rechtbank trok de surseance van betaling in en sprak het faillissement uit over de stichting.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Toezicht / insolventies
faillissementsnummer: C/03/18/18 F
binnenkomst verzoekschrift d.d.:23 januari 2018
Bij beschikking van deze rechtbank van 17 januari 2018 werd aan
de stichting STICHTING CENTRA VOOR INTEGRALE.REVALIDATIE EN ARBEIDSACTIVERING NEDERLAND,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 14117844,
statutair gevestigd Venlo,
correspondentieadres: 5900 BD Venlo, Postbus 1168,
vestigingsadres: 5928 NL Venlo, Kazernestraat 12,
hierna te noemen de schuldenaar, voorlopige surséance van betaling verleend, met benoeming mr. B.R.M. de Bruijn tot rechter-commissaris en mr. B.P.W. van Brink tot bewindvoerder.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De bewindvoerder heeft op 23 januari 2018 verzocht om intrekking van de surséance van betaling, verleend aan de schuldenaar.
1.2.
De bestuurder van schuldenaar heeft een ondertekende verklaring overgelegd waarin hij te kennen heeft gegeven akkoord te gaan met intrekking van de surséance van betaling en tegelijkertijd het faillissement uit te spreken. Verder wenst de bestuurder van schuldenaar niet te worden gehoord.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank is van oordeel dat de verleende surséance van betaling moet worden ingetrokken op grond van het feit dat het vooruitzicht dat de schuldenaar na verloop van tijd de schuldeisers zal kunnen bevredigen, niet blijkt te bestaan.
2.2.
Bovendien is de rechtbank gebleken van het bestaan van feiten en omstandigheden, die aantonen dat de schuldenaar verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen, zodat de faillietverklaring van de schuldenaar dient te worden uitgesproken.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
trekt in de bij haar beschikking van 17 januari 2018 verleende surséance van betaling aan de stichting STICHTING CENTRA VOOR INTEGRALE.REVALIDATIE EN ARBEIDSACTIVERING NEDERLAND,
3.2.
verklaart de stichting STICHTING CENTRA VOOR INTEGRALE.REVALIDATIE EN ARBEIDSACTIVERING NEDERLAND,
in staat van faillissement;
3.3.
benoemt tot rechter-commissaris mr. B.R.M. de Bruijn;
3.4.
stelt aan tot curator mr. B.P.W. van Brink, advocaat te 5900 AM Venlo,
Postbus 505;
3.5.
geeft last aan de curator tot het openen van aan de gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 januari 2018 om 09:00 uur in tegenwoordigheid van de griffier.