Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. D.J.E. Hamers-Aerts, rechter bij de Rechtbank Limburg, omdat zij weigerde vijf door verzoeker aangedragen getuigen op te roepen. Verzoeker meende hierdoor dat de rechter partijdig was.
De rechter gaf aan dat haar weigering niet duidt op partijdigheid, omdat verzoeker niet had aangegeven welke nieuwe feiten of omstandigheden de getuigen konden verklaren en de vragen vooral betrekking hadden op de werkwijze van de gemeente, niet op de herzieningszaak zelf.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van het subjectieve en objectieve criterium voor rechterlijke partijdigheid. Omdat het wrakingsverzoek was gebaseerd op een procesbeslissing en de motivering daarvan geen aanwijzingen gaf voor vooringenomenheid, concludeerde de kamer dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor partijdigheid.
Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.