Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- Gesprek 19-5-2015 te 17:50:52”(verzonden): “Nee, morgen is goed, vroeg het omdat
- Gesprek 11-4-2015 te 9:11:51 (gelezen): Goedemorgen collega. Beetje goed geslapen?
- 27-3-2015, 17:44:45 (verzonden): Daar ben ik heel blij mee en het mee eens, ik ben ook een voorstander van dat ik jouw assistent wordt en blijft voor het opruimen en bijhouden van alles. Denk dat wij wel als team kunnen functioneren. En dan bedoel ik GOED functioneren.;
- 19-5-2015, 17:58:31 (verzonden): Hij stuurt mij net dat hij weer aan de slag wilt, neem jij contact met hem op? +31 6 85 66 89 54;
- 19-5-2015, 18:18:29 (lezen): Zou dat wel het liefste willen maar die f is er pas om 1uur.
“bro”de verdachte wordt bedoeld.
[medeverdachte 2] en [medeverdachte] amfetamine en MDMA heeft vervaardigd in het pand, gelegen aan [adres 2] te Etten-Leur.
- [medeverdachte] , inhoudend dat de verdachte drie weken na 15 april 2015 in beeld kwam;
- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting, inhoudend dat hij op 21 mei 2015 niet voor het eerst in het bedrijfspand aanwezig was, maar er enkele weken voor deze datum ook een paar keer is geweest;
- de verklaring van [getuige 2] , inhoudend dat ongeveer vier weken vóór 23 mei 2015 een wandje is geplaats in de bedrijfsruimte;
- de verklaring van [getuige 3] , inhoudend dat hij drie weken vóór 21 mei 2015 een groot blauw vat waar een slang uitkwam, op een sokkel zag staan en dat vanaf de tweede week van april dagelijks een stoomreiniger die bij de Limburgers stond, werd gebruikt, alsmede de verklaring van [getuige 3] dat hij in het begin van de huurperiode overal in het pand kon komen, maar op een gegeven moment niet meer omdat er sloten op de deuren waren geplaatst.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
[medeverdachte 2] en [verdachte] . Immers zonder dit handelen zou deze schade niet zijn ontstaan.
nu die BTW voor [getuige 2] verrekenbaar is en dus geen schadepost vormt
€ 27.000,00
€ 34.876,44
€ 6,46
€ 4.006,46.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van hetgeen meer of anders is tenlastegelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [getuige 2] , wonende te Breda, gedeeltelijk toe (de posten bodemsanering tuin, reiniging vloer pand en huurderving van 1 juni 2015 tot 1 juli 2016) en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 34.876,44, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 21 mei 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [getuige 2] ten aanzien van de posten niet betaalde huur, huurderving van de periode nadat het pand weer verhuurd mocht worden maar er nog geen nieuwe huurder was, reparatie vernielingen binnen en immateriële schade niet ontvankelijk is en dat zij dit gedeelte van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [getuige 2] , van € 34.876,44, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 209 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 21 mei 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [bedrijfsnaam 2] , vertegenwoordigd door [getuige 3] , wonende te Zegge, gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 4.006,46, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 21 mei 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [bedrijfsnaam 2] ten aanzien van de posten belangderving, reclamecampagne, diverse incassokosten, werk gemist en immateriële schade niet ontvankelijk is en dat zij dit gedeelte van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- wijst af de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de posten niet voldane rekening en advocaatkosten, nu deze geen rechtstreeks verband hebben met het bewezenverklaarde feit;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op € 64,98;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [bedrijfsnaam 2] , van € 4.006,46, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 50 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 21 mei 2015 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen.